Strategie, visie

  • Dialoog helpt bedrijven beter te verduurzamen dan harde actie

     

     Banken en verzekeraars denken steeds beter na over de houdbaarheid van hun financieringen; of het nu gaat om financieringen van gebouwen of om meer investeren in duurzame energie. Welke kracht kunnen financiële instellingen inzetten om hun klanten tot meer duurzaamheid te bewegen? En wat doen ze zelf aan verduurzaming? ABN Amro en vermogensbeheerder ACTIAM vertellen over hun duurzame activiteiten. Afgelopen anderhalf jaar hebben 15 financiële instellingen elkaar geïnformeerd en geïnspireerd om verduurzaming hoger op de agenda van de financiële sector te krijgen. Dat hebben ze gedaan in de Community of Practice Financial Institutions and Natural Capital (CoP FINC), die door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) is geïnitieerd. Eén van de conclusies, opgetekend in de RVO.nl-uitgave Finance for One Planet, is dat risicomanagement in de financiële sector meer en meer toekomst-georiënteerd moet zijn: True Risk. Een van de deelnemers aan deze CoP, fonds- en vermogenbeheerder ACTIAM, is daar sinds ruim een jaar met haar klanten zeer actief mee. Met een beheerportefeuille van bijna € 56 miljard heeft ACTIAM genoeg slagkracht in huis om investeringen te ondersteunen die maatschappelijk verantwoord zijn. “Wij houden internationale ontwikkelingen goed in de gaten”, vertelt Maxime Molenaar, ESG Analist bij ACTIAM. “Klimaatverandering is al langer een belangrijk thema voor ons, omdat dat grote effecten kan hebben op onze beleggingen. Het Klimaatakkoord van Parijs, dat in november 2015 is afgesloten, is een grote nieuwe stap. Ook wij hebben direct gekeken wat dit betekent voor bedrijven waarin wij beleggen: zijn zij voorbereid op een maximaal 2 graden scenario? Wij zijn met die bedrijven het gesprek aangegaan over hun strategie, en of wij die strategie nog kunnen beïnvloeden.” Als deze gesprekken niet leiden tot aanpassingen is als laatste mogelijkheid uitsluiting mogelijk. “Zo sluiten wij het Russische Gazprom uit van beleggingen. Zij doen olieboringen in het Arctische gebied, en ze zijn niet transparant over lekkages van hun oliewinning. Daarop hebben wij besloten hen uit te sluiten.”Impact Maar uitsluiten is pas effectief als heel veel beleggers hun geld terug halen bij bedrijven die volharden in niet-duurzame activiteiten. “We willen echter impact hebben op het verduurzamen van de reële economie,” verduidelijkt Dennis van der Putten, hoofd ESG Research binnen ACTIAM. “We kunnen gemakkelijk onze aandelenportefeuille minder CO2-intensief maken door onze aandelen in CO2-intensieve bedrijven te verkopen. Maar dan dragen we niets bij aan het verduurzamen van deze bedrijven. Dat kan wel door bijvoorbeeld best practices voor te leggen van bedrijven – zelfs directe concurrenten – die wel duurzame acties ondernemen. Dat blijkt goed te werken. We werken ook samen met NGO’s. Zo hebben we van het World Resources Institute een overzicht van plekken op de wereld waar veel ontbossing plaatsvindt. Wij kunnen niet zien of bedrijven waarmee wij praten vanuit onze aandeelportefeuille hieraan debet zijn, maar bedrijven kunnen dat wel zelf. We zetten ze dus op een spoor.” Een ander markant voorbeeld is de beïnvloeding van Shell, waarbij ACTIAM één van de financiële spelers is die het olie- en gasbedrijf aanspoort tot meer milieuverantwoord gedrag. Van der Putten: “We waren samen met de andere investeerders in Shell al langer in gesprek met het bedrijf over hun activiteiten in het Arctische gebied. We hebben lokaal gekeken hoe ze dit uitvoeren. Ondanks alle veiligheidsmaatregelen vinden wij dat boren op deze plek niet verantwoord is. En het heeft gewerkt: uiteindelijk is Shell niet gaan boren.” Meer inzetten Op de aandeelhoudersvergadering van Shell in 2016 is het voorstel gekomen dat Shell meer moet gaan inzetten op duurzame energie. Dat is onder aanvoering gegaan van Follow This, die een resolutie op de agenda wist te krijgen om Shell te transformeren in een bedrijf dat alleen duurzame energie produceert. Dat is weliswaar in mei 2016 met een forse meerderheid weggestemd. “Of het nu hiermee te maken heeft is niet duidelijk, maar eind 2016 heeft Shell wel aangekondigd te willen investeren in het windpark op de Noordzee”, zegt Van der Putten. “Het is voor het eerst sinds jaren, dat ze een nieuwe stap zetten naar het opwekken van hernieuwbare energie.” En voor de aandeelhoudersvergadering in mei dit jaar is de duurzaamheidsresolutie dan ook verbreed. De aandeelhouders die ‘voor’ gaan stemmen gaan daarmee niet op de stoel van de bestuurders zitten – zoals de kritiek was vorige jaar - maar geven wel een duidelijke richting aan. “De waarde zit dan ook meer in de dialoog dan in harde actie. En dat geldt voor al onze beleggingen”, aldus Van der Putten. Brazilië Dat klimaatverandering een risico kan zijn voor kredietverlening door financiële instellingen, merkt ook ABN Amro op vele plekken wereldwijd. “We zijn bijvoorbeeld als bank al 200 jaar actief in Brazilië”, vertelt Richard Kooloos, Director Sustainable Banking van ABN Amro, die ook meedeed aan de Community of Practice FINC. “In Brazilië is een paar jaar geleden door extreme weersomstandigheden de jaarproductie van cacao met 30 procent afgenomen. Dat komt doordat insectenplagen en vele droogten de oogsten hebben vernietigd. Dat heeft een direct gevolg voor onze kredietverlening aan onze agri-klanten in die landen, dus daarom willen wij meewerken aan het robuuster maken van Braziliaanse plantages.”Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat een verhoging van de biodiversiteit, dus meer planten- en dierensoorten, de weerbaarheid van de landbouw tegen plagen en droogten doet toenemen. “Samen met ngo Instituto LIFE zijn we nu in gesprek met onze klanten in deze sector in Brazilië om hun biodiversiteit te verbeteren. We hebben een flinke groep agri-klanten, maar met drie grote klanten doen we nu enkele pilots.” Als onderdeel van deze exercitie is ABN Amro in Brazilië door LIFE zelf onder de loep genomen. “Noem het een reinigingsritueel, waarbij we hebben gekeken naar onze eigen negatieve biodiversiteitsimpact. En die compenseren we nu ook. Daarvoor hebben wij een gebied in het Mata Atlântica geadopteerd. Dit is het regenwoud aan de Atlantische kust, dat sterk wordt bedreigd door oprukkende verstedelijking. Jaarlijks investeren we hier in biodiversiteit. Daardoor zijn wij sinds eind december 2016 in Brazilië biodiversiteitsneutraal.” Door met klanten in Brazilië aan de slag te gaan, wil ABN Amro zorgen dat de robuustheid van de plantages verbetert. “We willen dat onze kredietverlening aan deze plantages nog jarenlang rendement oplevert. We hebben wel te maken met de weerbarstige praktijk, want bedrijven in de Braziliaanse agrofood-sector staan onder grote druk, dus staat investeren in biodiversiteit niet op het hoogste plan.” Maar vrijblijvend zijn de gesprekken met deze bedrijven niet. “Wij willen in de haarvaten van deze bedrijven komen, niet alleen op financieel gebied, maar ook hoe zij hun plantages runnen. Want eventuele mooie cijfers kunnen het resultaat zijn van een monocultuur, die veel oplevert op korte termijn, maar op langere termijn erg risicovol kan zijn.” Circulaire Paviljoen Ook in eigen land wil ABN Amro laten zien dat investeren in duurzaamheid loont. “We willen onze commercieel vastgoedportefeuille flink verduurzamen, door van 1 procent A label-panden in onze portefeuille naar 30 procent te stijgen in drie jaar tijd. Dat is best spannend, want onze klanten moeten dat ook kunnen en willen. Zelf het goede voorbeeld geven werkt dan wel: we investeren flink in het verduurzamen van onze eigen kantoorpanden en voor ons hoofdkantoor in Amsterdam realiseren we nieuwbouw dat volledig circulair gebouwd wordt én ook voor de omgeving bruikbaar is, dus niet alleen ons. In dit zogeheten Circulair Paviljoen komt een horeca-gedeelte, waar iedereen uit de omgeving welkom is. En circulair komt heel breed aan de orde: van energieneutraal tot gebruik van duurzame materialen en van gepolijst beton tot aan de catering. Vandaar dat we dit pand ook het Clubhuis van de Circulaire Economie noemen.”Internationaal vervolg Het Nederlandse voorbeeld krijgt Europees vervolg: op 21 maart wordt de kick-off bijeenkomst gehouden van de Europese Community of Practice Finance@Biodiversity. Ook hieraan doen 15 deelnemers van financiële bedrijven mee uit verschillende EU landen. ASN, FMO en ACTIAM doen mee uit Nederland, verder nemen onder andere de Griekse Piraeus Bank en CDC uit Frankrijk deel. Voor meer informatie klik hier. Het ebook Finance For One Planet is hier te vinden.

  • Klantbelang Centraal: De weg naar vertrouwen

     

     Het belang van de klant centraal stellen door banken blijft een kwestie van de lange adem. Klantbelang centraal gaat verder dan het centraal stellen van de klant. Het gaat niet alleen om excellente serviceverlening en bereikbaar zijn voor de klant, maar ook om door middel van een passend productaanbod duurzame toegevoegde waarde te leveren. De focus ligt op een transparant advies- en serviceproces en passende samenstelling van het productaanbod en het aangaan van een duurzame relatie. Sinds de financiële crisis is het voor banken nóg belangrijker om hun bestaansrecht te borgen door optimale klantbediening. Klanten verwachten snelle en directe dienstverlening, hoge bereikbaarheid (via verschillende kanalen) en op maat gesneden producten die begrijpelijk zijn. Om dit te realiseren startten banken de afgelopen jaren diverse veranderinitiatieven gericht op het centraal stellen van het klantbelang. Sinds 2010 meet de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in welke mate de grote banken het belang van de klant centraal stellen. Ondanks dat in de afgelopen jaren de scores zijn verbeterd, blijft het consumentenvertrouwen in de sector achterwege. Duurzame verandering vraagt dan ook om borging van het centraal stellen van het belang van de klant in de bedrijfscultuur. Om deze structurele slag te kunnen maken, is het belangrijk te weten welke uitdagingen banken hebben bij het centraal stellen van het klantbelang. Magnitude Consulting heeft hier onderzoek naar gedaan en legt in dit artikel de belangrijkste uitdagingen en succesfactoren bloot.  De laatste jaren staan banken onder druk door hogere kapitaaleisen, strengere wet- en regelgeving, gestelde eisen als gevolg van staatssteun, marktomstandigheden zoals de lage rentestanden, de publieke opinie én het geschade consumentenvertrouwen. Het bestaansrecht van banken is het verlenen van financiële service, in de vorm van diensten en producten aan klanten. Het opbouwen én onderhouden van een duurzame relatie met de klant, zorgt ervoor dat banken succesvol blijven. Zij hebben afgelopen jaren dan ook veel gedaan om de dienstverlening te verbeteren door initiatieven te starten die het klantbelang meer centraal stellen, met als doel een herstel van het consumentenvertrouwen.  Vertrouwen blijft achter Sinds de invoering van de klantbelang centraal cijfers door de AFM, laten de scores vrijwel ieder jaar een (lichte) stijging zien. De sector heeft de afgelopen jaren goede stappen gezet om de klant beter te bedienen. Producten en diensten zijn verbeterd, de processen zijn aangescherpt en het beleid is veranderd. Zo scoren banken steeds beter op sparen, informatieverstrekking, beleggingsadvies en hypotheekadvies en –beheer. Ondanks de stijgende klantbelang centraal cijfers en het herstel in consumentenvertrouwen, blijft het consumentenvertrouwen in de banksector nog achterwege. Het algehele consumentenvertrouwen in het Nederlandse economisch klimaat herstelt . Echter uit de Vertrouwensmonitor Banken (2016) blijkt dat het vertrouwen van de consument in de bankensector nog achterwege blijft . De sector scoort al twee jaar op rij een 2,8 (op een schaal van vijf). Eén van de belangrijkste redenen is de door consument ondervonden beperkte klantgerichtheid. Ook deze score is in 2016 gelijk gebleven (3,3 op een schaal van vijf). Daarnaast vindt de consument dat banken nog altijd hun eigen belang eerst dienen. Ook het beloningsbeleid en de lage spaarrente worden genoemd als redenen voor het beperkte vertrouwen. Consumenten willen nog meer aandacht voor advies en producten die uitgaan van hun belang. De cijfers laten zien dat de bankensector ten positieve verandert en dat er bewuster en meer proactief gestuurd kan worden op uitkomsten in de praktijk. Enerzijds door het verschaffen van duidelijke (klant)informatie en anderzijds het daadwerkelijk helpen van de klant bij het maken van de juiste (financiële) keuzes. Dit om het vertrouwen van de samenleving in de sector te herwinnen. Klantbelang centraal is geen eenmalig project of verbeterinitiatief, maar een continue manier van werken. Belemmerende factoren Ondanks de gevoelde urgentie van het centraal stellen van het klantbelang, zijn er diverse belemmerende factoren. Zo zorgen legacy systemen ervoor dat banken slechts in beperkte mate een uniform klantbeeld kunnen vormen. Het brede assortiment van producten en diensten werkt de versnippering van klantinformatie verder in de hand. Hierdoor is het voor banken een uitdaging om op de consument toegesneden producten en diensten aan te bieden. De organisatorische complexiteit van banken zorgt er tevens voor dat verbeterinitiatieven met betrekking tot het centraal stellen van de klant extra coördinatie behoeven. Daarnaast is het in grote organisaties überhaupt een uitdaging om van elkaars verbeterinitiatieven op de hoogte te blijven, waardoor deze initiatieven veelal suboptimaal benut worden. Uit onderzoek van Sustainable Finance Lab (2014) blijkt dat medewerkers van banken de klant centraal stellen, maar dat dit regelmatig spanning oplevert met de bedrijfscultuur waarin (financiële) prestaties, targets, onderlinge competitie en het boeken van resultaten centraal staan. Medewerkers ervaren een verschil in woord en daad van het topmanagement, een sterke focus op prestatiedoelen en een gebrek aan autonomie. Hiermee zet de bedrijfscultuur de mate waarin het klantbelang centraal gesteld wordt, onder druk in plaats van dat deze wordt versterkt. Succesfactoren voor borging van het klantbelang Toch zijn bovengenoemde uitdagingen niet onoverkomelijk om het klantbelang verder centraal te stellen. De eerste aanzet tot verandering wordt vaak gedreven door verbeterinitiatieven. Deze initiatieven dragen bij aan de eerste slag naar klantgericht denken. Randvoorwaarde is een cultuur die dit toelaat en topmanagement dat deze initiatieven ondersteund. Bij het inbedden van het klantbelang binnen banken, spelen onderstaande factoren een belangrijke rol: Check periodiek de klantbehoefte. Het eenmalig achterhalen van de klantbehoefte is niet voldoende, dit is een continu proces. Luister naar wat de klant écht wil en inventariseer wat de klant nodig heeft. Bij het achterhalen van de klantbehoefte kan onder andere gebruik gemaakt worden van klantarena’s, klantpanels en feedbackloops. De focus ligt hierbij op de lange termijn en niet op korte termijn successen. Het voorop stellen van de klantbehoefte maakt dat de klant automatisch (meer) centraal staat. Dit draagt bij aan het opbouwen van een duurzame relatie met de klant en daarmee aan het bestaansrecht van de organisatie. Biedt heldere en passende producten. Wanneer de behoefte van de klant in kaart is gebracht, kunnen er passende producten worden aangeboden. Veel financiële producten waren complex, waardoor klanten onvoldoende in staat waren de producten en bijbehorende risico’s goed te doorgronden. Het is van belang om de transparantie en eenvoud van producten te borgen, zodat de klant goed in staat is te bepalen of de producten passen bij zijn/haar financiële behoefte. Het toevoegen van waarde voor de klant dient dan ook het uitgangspunt te zijn. Een zorgvuldig productbeleid kenmerkt zich door bestaande en nieuwe proposities te toetsen in bijvoorbeeld klankbordgroepen. Richt effectief ketenmanagement in. Een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de klant en meer verbinding tussen ketens zorgen ervoor dat een volledig klantbeeld wordt gevormd en dat klantsignalen worden gedeeld. Dit vormt de basis voor een optimale customer journey. Dit kan worden gefaciliteerd door het inrichten van klantdivisies, klantteams of ketenregisseurs. Zo worden diverse disciplines bij elkaar gebracht en kunnen de klantsignalen worden gedeeld. Klantbelang centraal belangrijke sleutel voor terugkeer consumentenvertrouwen Door op gestructureerde wijze rekening te houden met de bovenstaande succesfactoren, zet de bankensector een vervolgstap in het integreren van klantbelang centraal binnen de organisatie. Door continu in te spelen op wat de klant daadwerkelijk nodig heeft, en niet alleen wat hij wil, en hierbij de juiste producten en diensten leveren, bouwen banken aan een duurzame relatie. Uiteindelijk zal het structureel centraal stellen van het klantbelang leiden tot meer vertrouwen in de sector. Dit zal zeker een kwestie van een lange adem zijn. Vertrouwen komt immers nog steeds te voet.

  • a.s.r. koopt 3.000.000 eigen aandelen in

     

    ASR heeft 3.000.000 eigen aandelen ingekocht. De Stichting NLFI, die optreedt namens de Nederlandse Staat, heeft 20.400.000 aandelen a.s.r. verkocht voor een bedrag van € 22,15 per aandeel. a.s.r. zal geen opbrengst van deze verkoop ontvangen. Het door a.s.r. ingekochte aandelenbelang komt overeen met het maximum waartoe a.s.r. momenteel gerechtigd is om eigen aandelen in te kopen. Deze inkoop wordt gefinancierd uit eigen middelen en heeft een beperkte impact op de solvabiliteitsratio. a.s.r. is voornemens om de ingekochte aandelen op termijn in te trekken. De intrekking van deze aandelen en de toekenning van een nieuwe machtiging aan de Raad van Bestuur op marktconforme voorwaarden om eigen aandelen in te kopen, wordt op de agenda geplaatst van de Algemene Vergadering die op 31 mei 2017 zal plaatsvinden. De aandeleninkoop is in lijn met de strategie van a.s.r. om kapitaal in te zetten voor mogelijkheden om waarde te creëren en om op een voor aandeelhouders efficiënte manier kapitaal terug te geven, zoals het participeren in een verkoop van aandelen door NLFI. Het belang van NLFI in a.s.r. neemt door deze transactie af van 63,7% tot 50,1% van het totaal uitstaande aandelenkapitaal. NLFI heeft eerder aangekondigd van plan te zijn haar resterende belang in a.s.r. op termijn volledig af te bouwen. NLFI is met de joint bookrunners overeengekomen dat de resterende aandelen in a.s.r. die worden gehouden door NLFI onderworpen zullen zijn aan een lock-up periode van 90 kalenderdagen na de afwikkeling van de transactie. De joint bookrunners kunnen, naar eigen discretie, afstand doen van de overeengekomen lock-up.

  • AFM positief over vernieuwde Corporate Governance Code

     

     De AFM is positief over de nieuwe Corporate Governance Code die donderdag is gepubliceerd door de Monitoring Commissie Corporate Governance Code. De AFM vindt vanuit haar toezichtrol met name 4 onderwerpen van belang: langetermijnwaardecreatie, de interne auditfunctie, rapportage aan de auditcommissie en cultuur van de onderneming. Deze zijn ook uitgelicht in de eerdere consultatiereactie van de AFM in april van dit jaar. De AFM maakt zich sterk voor transparante en eerlijke financiële markten, om zo bij te dragen aan duurzaam financieel welzijn in Nederland. Goede corporate governance is daarbij een belangrijke sleutel. Het werken met een Code, en de wijze van totstandkoming, blijkt een succesvolle invulling van zelfregulering met een wettelijke verankering.  LangetermijnwaardecreatieDe AFM is verheugd dat langetermijnwaardecreatie, waarbij de belangen van alle stakeholders van de vennootschap worden meegewogen, hoge prioriteit krijgt in de Code. Investeerders hechten steeds meer belang aan verantwoord aandeelhouderschap, waarbij langetermijnwaardecreatie en daarmee ook niet-financiële informatie belangrijker worden. De AFM benadrukt het belang van geïntegreerde verslaggeving en constateerde recent in haar rapport over jaarverslaggeving dat ondernemingen hier in toenemende mate stappen in de goede richting zetten. Naar de mening van de AFM zouden verdere stappen richting geïntegreerde verslaggeving zich ook prima lenen voor een benadering als in de Code. De AFM vindt het verder een mooie stap vooruit dat een vennootschap in de verklaring van het bestuur (‘in control’ verklaring) niet alleen aandacht zal moeten besteden aan risico’s die verband houden met financiële aspecten, maar daarin ook de strategische, operationale alsmede niet-financiële aspecten van ondernemen moet betrekken.  Adequate interne auditfunctieDe AFM onderschrijft het uitgangspunt in de Code dat iedere beursgenoteerde vennootschap over een interne auditfunctie zou moeten beschikken. Een adequate interne auditfunctie is een essentieel onderdeel van de risicobeheersing van de vennootschap en is veelal voorwaardelijk voor het goed functioneren van de externe accountant en de auditcommissie. Uit AFM-onderzoek naar auditcommissies in 2015 bleek dat ook commissarissen hechten aan een goede interne beheersing en oog hebben voor de toegenomen rol van de interne auditfunctie daarbij.  Rapportage aan auditcommissieDe Code legt terecht meer nadruk op de rol van de auditcommissie in het benoemings- en beoordelingsproces van de externe accountant. Daarbij is tijdige rapportage door de externe accountant aan de auditcommissie cruciaal. De AFM pleit reeds langere tijd voor rechtstreekse rapportage aan de auditcommissie door de externe accountant, zonder onnodige vertraging. We zijn positief dat ons pleidooi draagvlak gevonden heeft.  CultuurTot slot ondersteunt de AFM de aandacht voor gedrag en cultuur in de Code. Dit is een onderwerp waar de AFM zich nadrukkelijk mee bezig houdt in haar toezichttaken. Voor alle normen geldt dat ze pas werkelijk effect sorteren, wanneer ze deel gaan uitmaken van de cultuur van een onderneming. Gedrag en cultuur zijn mede bepalend bij langetermijnwaardecreatie en de (implementatie van de) interne risicobeheersings- en controlesystemen. Uit eigen toezichtservaring weet de AFM dat het sturen op gedrag en cultuur bij de onder toezicht staande instellingen een weerbarstig proces is dat vraagt om continue aandacht.

  • M&G: aankondiging ECB positief voor de euro, geen voorbode afbouw QE

     

     Na de aankondiging van de Europese Centrale Bank eerder vandaag, hierbij een reactie van Anthony Doyle, Investment Director bij M&G’s Retail Fixed Interest team. “Het besluit van de ECB om het opkoopprogramma gereduceerd te verlengen is geen goed nieuws voor Europees staatspapier. De yields op de 10-jaar staatsobligaties stegen in de Eurozone en de Italiaanse, Spaanse en Duitse obligaties werden het hardste geraakt. Draghi’s besluit om het programma te ‘reduceren’, zoals hij het zelf noemde, was niet voorzien door economen, noch door de markt, en veel spelers hadden zo’n aankondiging pas in 2017 verwacht. De acties van vandaag bevestigen dat de ECB denkt dat de verbeterende macro-economische situatie in Europa een hogere inflatie kan meebrengen in 2017 dan voorzien. Desondanks is het prematuur om te spreken over een hoger inflatie in Europa gezien de structurele economische uitdagingen, kijk alleen al naar de hoge werkloosheid in de eurozone. De scherpe stijging in wereldwijde obligatie-yields sinds november leidt tot een onwelkome verkrapping van financiële condities in de reële economie, alhoewel het goed nieuws kan betekenen voor banken die hun netto rentemarges wat zien verbeteren. Wij verwachten dat 2017 gedomineerd zal worden door de politieke kalender in Europa en dat de ECB het losse monetaire beleid zal handhaven. De aankondiging van vandaag is geen voorbode van een vooraf bepaald plan om de QE af te bouwen en president Draghi zal benadrukken dat het monetaire raamwerk van de ECB flexibel genoeg is om met onverwachte schokken om te gaan die kunnen resulteren in het niet voldoen van de ECB aan de prijsstabiliteitsdoelstelling. De aankondiging van vandaag zou een positief effect moeten hebben op de euro, een ontwikkeling die de ECB nauw in de gaten zal houden omdat een sterke euro slecht nieuws kan betekenen voor toekomstige economische groei.” 

  • ABN AMRO MeesPierson beleggingsstrategie voor 2017: cyclische en structurele veranderingen gunstig voor beleggers in aandelen

     

     De nieuwe regering in de VS geeft naar verwachting een flinke impuls aan haar economie, die ook wereldwijd positief doorwerkt. Volgens de vandaag verschenen beleggingsstrategie 2017 van ABN AMRO MeesPierson, met als titel Platform voor groei in 2017, groeit de wereldeconomie naar alle waarschijnlijkheid met 3,4%. De politieke risico's zijn verschoven naar Europa, waar in 2017 in drie belangrijke EU-lidstaten algemene verkiezingen worden gehouden. Dit kan op de korte termijn leiden tot volatiliteit op de financiële markten, maar het kan ook positieve veranderingen teweegbrengen die het reeds ingezette herstel een duw in de rug geven. Ben Steinebach, hoofd Beleggingsstrategie van ABN AMRO MeesPierson: "We gaan een nieuwe fase in, waarin krachtige fundamentele trends, zoals verbeterende economische omstandigheden, de verwachte forse stimulering van de economie in de VS en een wereldwijde technologische transformatie, het uitgangspunt vormen voor beleggen in 2017". ABN AMRO is in het vierde kwartaal positiever geworden over aandelen. Nog altijd is de bank ervan overtuigd dat aandelen het portefeuillerendement kunnen aanjagen. Een nieuwe winstcyclus tekent zich af en beleggingskapitaal verplaatst zich van obligaties naar aandelen. Voor 2017 blijft de bank positief gestemd ten aanzien van aandelen. De bank adviseert klanten rentegevoelige posities, bijvoorbeeld in de sector nutsbedrijven, af te slanken en zich sterker te richten op cyclische aandelen en aandelen van IT-bedrijven die inhaken op de wereldwijde digitalisering. Onder platformen voor sociale media en e-commerce bevinden zich goede beleggingsmogelijkheden. Verder zijn obligaties ondervertegenwoordigd in portefeuilles. In 2017 dreigen de rentes in de VS namelijk omhoog te gaan. En die rentestijgingen kunnen overslaan naar de wereldwijde obligatiemarkten. Grondstoffen zijn geschikt om beleggingsportefeuilles breder te spreiden en zo bescherming in te bouwen tegen inflatie en marktvolatiliteit. De gemiddelde olieprijs in 2017 raamt de bank op USD 55 per vat. Azië is de favoriet binnen de opkomende markten, nu de politieke en economische krachtenvelden in China stabiliseren. Op de valutamarkten zal de Amerikaanse dollar naar verwachting terrein blijven winnen. De bank verwacht dat de euro in de loop van 2017 door de pariteitskoers met de dollar (EUR 1 = USD 1) breekt en daarmee minder waard wordt dan de dollar.

  • Lees meer