Rapporten

  • Retail banks wake up to digital lending

     

     As retail banks gradually digitalize their activities, they’ve focused largely on the most frequent customer transactions, such as checking a balance or remote deposit. Much of the lending arena, with the exception of credit cards, has taken a back seat. Recent analysis by Bain & Company and SAP Value Management Center finds that most banks have digitalized fragments of the process for marketing, selling and servicing loans. For instance, banks can handle only 7% of products digitally from end to end. That sluggish pace of modernization leaves banks vulnerable as lending comprises more than one-third of retail bank revenue.

  • AFM bekritiseert 'Indexhuggers'

     

     De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft in 2015 onderzocht hoeveel in Nederland gevestigde beleggingsfondsen kwalificeren als indexhuggers. Wanneer een fonds te dicht bij de benchmark blijft, dan is de potentie om op lange termijn toegevoegde waarde te bieden te klein om de hogere kosten te verantwoorden. De AFM vindt daarom dat fondsen die kwalificeren als indexhugger het klantbelang onvoldoende centraal stellen. Van de in Nederland gevestigde aandelenfondsen is 8% aan te merken als potentiële indexhugger. Daarnaast zijn er ook veel buitenlandse aanbieders op de Nederlandse markt actief. Indexhugging (ook wel bekend onder als ‘closet indexing’) bestaat wanneer een beleggingsfonds wordt gepresenteerd als een actief beheerd fonds terwijl het in werkelijkheid de benchmark nauwgezet volgt en daarbij de kosten van een daadwerkelijk actief beheerd fonds in rekening brengt. De AFM vindt dat beleggingsfondsen die kwalificeren als indexhugger het klantbelang onvoldoende centraal stellen. Het streven moet zijn dat de fondsen die in Nederland worden aangeboden, niet kwalificeren als indexhuggers. Toezicht AFMHet rapport van de AFM is in lijn met de Public Statement van de European Securities and Markets Authority (ESMA) van 2 februari 2016 waarin ESMA nationale toezichthouders oproept om stappen te ondernemen tegen indexhugging. Uit het onderzoek van de AFM blijkt dat 7 van de 85 onderzochte Nederlandse fondsen als potentiële indexhuggers zijn aan te merken. Deze fondsen hadden in 2014 bijna een half miljard euro retailvermogen onder beheer (2% van het vermogen van de 85 fondsen). De AFM wil dat indexhuggers de informatieverstrekking en kosten laten aansluiten bij de mate van actief beheer dan wel actiever gaan beleggen. De slotsom kan ook zijn dat het fonds geen bestaansrecht meer heeft. De AFM heeft de beheerders van de betreffende fondsen hierop aangesproken.

  • GfK: Europese consument onzeker over economische ontwikkeling

     

     GfK-onderzocht het consumentenklimaat in Europa voor het eerste kwartaal van 2016 en moest concluderen dat, ondanks positieve economische cijfers, ook in Nederland de verwachtingen negatief zijn. De oorlog in Syrië als aanhoudende oorzaak voor de vluchtelingencrisis, de terreurdreiging in Europa, het mogelijke uittreden van Groot-Brittannië uit de EU alsmede de aanhoudende recessie in landen als China, Brazilië, Rusland verzwakten het consumentenklimaat en vooral de conjunctuur- en inkomensverwachting van de Europese consumenten in het eerste kwartaal. Het consumentenklimaat voor de EU28 is van december 2015 tot maart 2016 met 3,2 punten gedaald tot 9 punten.Dit zijn de bevindingen van het GfK Consumer Climate Europe-onderzoek in 15 Europese landen. In het eerste kwartaal draaiden de discussies in de media en onder de mensen om veel verschillende thema's. Hoewel de Islamitische Staat veroverd territorium verloor, is het einde van de oorlog nog niet in zicht voor Syrië. De oorzaak voor de grote vluchtelingenstroom blijft dus nog bestaan. Eerst stroomden de mensen ongehinderd door naar Midden- en West-Europa, tot de landen van de Visegrád-groep begin maart besloten om hun landsgrenzen en daarmee de Balkanroute te sluiten. Als gevolg werd de vluchtelingenstroom die door Europa trok, afgebroken. De hulpzoekende mensen werden vervolgens opgestuwd in opvangkampen in Griekenland, vooral in Idomeni aan de Macedonische grens, wat daar leidde tot onhoudbare toestanden. In Frankrijk ontruimden soldaten in opdracht van de staat het illegale vluchtelingenkamp in Calais - de "jungle". Daar kampeerden mensen die naar Groot-Brittannië verder wilden reizen. Ondertussen gingen de discussies ook in de politiek verder. Hoe zou de hoeveelheid vluchtelingen in Europa worden opgenomen, en evenredig over de deelstaten verdeeld kunnen worden? Zoals medio maart bij de aanslagen in Brussel bleek, was ook in de eerste drie maanden van het jaar de terreurdreiging in Europa nog steeds bijzonder hoog. De explosies in België vonden echter plaats nadat de ge-gevens in maart over het consumentenklimaat waren verzameld, en hebben daarom geen invloed gehad op in de resultaten. Vooral in Groot-Brittannië werpt het referendum in juni over een eventueel uittreden van het land uit de Europese Unie haar schaduw vooruit. Veel economische experts, maar ook veel Britse consumenten rekenen op sterk negatieve economische gevolgen als het komt tot de zogenoemde Brexit.Bovendien werd in het eerste kwartaal duidelijk, dat de grote NIC-landen zoals China, Brazilië en Rusland zich nog steeds in een conjuncturele fase van zwakte bevinden. Dat verergert de exportvooruitzichten van de Europese economie dat de conjunctuur negatief kan beïnvloeden. Deze vele verschillende thema's hebben geleid tot een duidelijke onzekerheid van de Europese consumenten. Vooral de conjunctuurverwachting in alle betrokken landen daalde aanzienlijk sinds december. In Griekenland bijvoorbeeld viel ze terug tot hetzelfde niveau als in de moeilijkste tijden van de schuldencrisis. Het verzwakken van de conjunctuurverwachting had zijn uitwerking op de inkomensverwachting van de mensen. Ze moest in de meeste landen eveneens zeer duidelijk verliezen incasseren. Het GfK consumentenklimaat voor de EU28 is in het eerste kwartaal eveneens duidelijk gedaald - van 12,2 punten in december tot 9 punten in maart. Ook in Nederland negatieve verwachtingen De conjunctuurverwachting in Nederland is in het eerste kwartaal duidelijk verzwakt. In maart lag ze op -4,1 punten en daarmee onder het jarenlange gemiddelde van 0 punten. In december gaf ze nog 19,5 punten aan, precies een jaar geleden in maart 2015 zelfs 28,1 punten. De indicator weerspiegelt daardoor momenteel niet de daadwerkelijke economische toestand van het land. Het bruto nationaal product groeide in de afgelopen kwartalen tussen 2,5 procent en 1,6 procent in vergelijking met dit kwartaal vorig jaar. De Nederlandse consumenten zijn nog pessimistischer over hun inkomen in de toekomst. De inkomensverwachting lag in maart op -14,7 punten. Dat is een daling van bijna 13 punten sinds december. In vergelijking met maart 2015 is de indicator echter slechts met 1 punt gedaald. In contrast daarmee registreert de koopneiging een duidelijk beter niveau. Zo lag de indicator in maart op 13,1 punten. Dat is wel een achteruitgang van 4,4 punten sinds december, maar ook een stijging van 12,1 punten in vergelijking met de waarde in maart vorig jaar. Voor meer informatie verwijzen wij naar de informatie op de website van GfK. 

  • Aegon onderzoekt wat stakeholders belangrijk vinden

     

     Aegon, een van de grootste verzekeraars van Nederland wil blijven volgen welke maatschappelijke thema's materieel zijn voor de organisatie zelf en haar stakeholders. Onafhankelijk onderzoeksbureau Steward Redqueen meet daarom regelmatig bij een representatieve groep interne en externe stakeholders welke ontwikkelingen het meest belangrijk zijn in de ogen van haar stakeholders en voor de onderneming.  Het lichtgrijze gebied in onderstaand schema biedt een goed inzicht waar de prioriteiten liggen. Fintech wordt als zeer relevant omarmd door zowel de onderneming als haar stakeholders. Begrijpelijk zijn de lage rentestanden vooral een bron van zorg voor de onderneming terwijl de stakeholders juist meer waarde hechten aan customer service en transaparante producten. De impact van regelgeving wordt door alle respondenten als belangrijke factor beschouwd. 

  • Aon: Dekkingsgraden blijven te laag

     

     De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is in maart met twee procentpunt gestegen, van 94% naar 96%. Oorzaak is de stijging van de rente in combinatie met positieve aandelenrendementen. De beleidsdekkingsgraad, die gebaseerd is op de gemiddelde dekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden en die leidend is voor kortingen of indexatie, bleef in maart stabiel op 102%. Bij deze beleidsdekkingsgraad is sprake van een dekkingstekort. Pensioenkortingen in de toekomst zijn daarmee nog niet afgewend. Dit blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon Hewitt, die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bijhoudt. Mogelijke toekomstige pensioenkortingen leiden tot politieke discussie Van een dekkingstekort is sprake bij een beleidsdekkingsgraad lager dan circa 104,3%. Die beleidsdekkingsgraad wordt berekend als een voortschrijdend gemiddelde van de actuele dekkingsgraden over twaalf maanden. Door de gedaalde actuele dekkingsgraad t.o.v. vorig jaar zal de beleidsdekkingsgraad op termijn waarschijnlijk verder dalen. Een dekkingstekort heeft mogelijke pensioenkortingen tot gevolg. De eerste fondsen hebben nu al aangekondigd dat kortingen in 2017 niet uitgesloten zijn. Omdat de positie aan het eind van het jaar bepalend is, heeft deze verslechtering voor de meeste fondsen pas in 2017 effect. Impact op de pensioenuitkeringen is er op dit moment nog nauwelijks. De mogelijke kortingen in 2017 domineerden afgelopen week het politieke debat. Het verloop van de gemiddelde dekkingsgraad was de afgelopen maanden erg volatiel en sterk afhankelijk van de politieke en economische ontwikkelingen binnen en buiten Europa. “Dit beeld zal waarschijnlijk niet veranderen. Mede daardoor blijft de discussie over een toekomstbestendig pensioenstelsel gaande,” zegt Frank Driessen, Chief Commercial Officer bij de afdeling Retirement & Financial Management van Aon Hewitt. Driessen stelt dat het zaak is om snel samen de uitgangspunten en invulling van een nieuw stelsel vast te stellen. “Cruciaal is dat we nu ook echt progressie gaan maken.”Verplichtingen gedaald Door de maatregelen van de Europese Centrale Bank is de rente in maart iets gestegen. De rente op de lange termijn steeg met ongeveer vijf basispunten, waardoor de verplichtingen per saldo met bijna één procent daalden. Vermogen gestegen Als gevolg van de gestegen rente voor de langere looptijden daalde de waarde van de (langlopende) vastrentende waarden. De obligatieportefeuille daalde met 0,8%. Op de wereldwijde aandelenmarkten werd een positief rendement genoteerd van ongeveer 3,3%. Het vastgoed deed het in maart erg goed met bijna zeven procent rendement. De waarde van de totale beleggingsportefeuille steeg in maart met ruim één procent.

  • PwC: FinTech bepaalt de toekomst van de financiĆ«le sector

     

     Recent publiceerde PwC een rapport over de wijze waarop FinTech wereldwijd bepaalt hoe de financiële sector zich ontwikkelt en hoe financiele instellingen zoeken naar strategische antwoorden op de veranderingen die op hen af komen. FinTech versnelt de veranderingen enorm en vormt daarmee de financiële sector. Het internet heeft vele sectoren fundamenteel veranderd en de financiële sector is daarop geen uitzondering. FinTech is een algemene term die wordt gebruikt voor een breed scala aan nieuwe producten en diensten die mogelijk worden gemaakt door technologie. Het omvat ook een breed terrein waar de sceiding tussen financiële en niet-financiële partijen vervaagt. FinTech groeit snel in Nederland en andere delen van Europa. Volgens Holland Fintech, bedraagt het Nederlandse aandeel in de FinTech-funding zelfs bijna 21%. Nederland is een aantrekkelijk vestigingsland voor FinTech organisaties als gevolg van de infrastructuur, de internationale oriëntatie, andere initiatieven en taalvaardigheden. De pool van initiatieven is inmiddels groot genoeg om een jaarlijkse top-50 van FinTech organisaties samente stellen. De druk vanuit deze initiatieven dwingt bestaande financiële instellingen zich te transformeren.   Volgens het onderzoek van PwC, ligt het veranderende klantgedrag aan de basis van de FinTech revolutie. Klanten adopteren gemakkelijk en snel nieuwe technologieën en binnen de komende vijf jaar zal meer dan 60% mobiele applicaties gebruiken voor financiële diensten. Traditionele financiële instellingen blijven achter om effectief te reageren op de veranderende behoeften van klanten. FinTech daagt de traditionele modellen van banken en verzekeraars uit en komt met innovastieve oplossingen om tot een compleet nieuwe beleving voor de klant te komen. Nieuwe, technologisch gedreven business modellen, zoals robo-adviseurs, herschrijven de regels van het adviseren en passeren daarmee de menselijke adviseur. Technologie-gedreven modellen elimineren langzaam de intermediaire rol in financiële dienstverlening. De meerderheid van de respondenten in het onderzoek is van mening dat consumentenbanken de komende vijf jaar de meeste disruptie zullen ervaren als gevolg van de FinTech-revolutie, gevolgd door het betalingsverkeer en bankieren voor het MKB. De blockchain-technologie laat een groot potentieel zien maar wordt nog steeds schromelijk onderschat. Aan de andere kant is er nog steeds een gebrek aan vertrouwen in FinTech-bedrijven voor wat betreft IT-beveiliging.  Zelfs met de voordelen zoals hierboven beschreven, ziet meer dan 22% van de respondenten in FinTech-bedrijven geen belangrijke bedreiging voor hun business. Deze afwachtende houding maakt deze bedrijven nog kwetsbaarder voor disruptie. Toch is er ook een grote groep die FinTech wel degelijk ziet als een bedreiging en bereid is tot een herziening van hun strategische koers. FinTech heeft ook andere aspecten die van invloed zijn op de front- en backoffice processen en die voor verdere disruptie zorgen van traditionele modellen. Het resultaat is dat de operationele prestaties zullen stijgen terwijl bovendien de kosten dramatisch moeten worden teruggeschroefd.Gevestigde bedrijven moeten gebruik leren maken van het FinTech-ecosysteem om kosten te reduceren en retentie te verbeteren. Fintech ontwikkelt nieuwe en alternatieve business modellen die mede vorm geven aan de financiele sector. Traditionele financiële instellingen doen er goed aan zich te verdiepen in de uitdagingen die FinTech met zich meebrengt. Een beter begrip van FinTech-activiteiten resulteert in een betere samenwerking met de vertegenwoordigers van deze bedrijven. Regelgeving voor Fintech-bedrijven is een aandachtspunt omdat het onduidelijkheid geeft die raakt aan samenwerking, vertrouwen en innovatie.

  • Lees meer