Ethiek

  • Dialoog helpt bedrijven beter te verduurzamen dan harde actie

     

     Banken en verzekeraars denken steeds beter na over de houdbaarheid van hun financieringen; of het nu gaat om financieringen van gebouwen of om meer investeren in duurzame energie. Welke kracht kunnen financiële instellingen inzetten om hun klanten tot meer duurzaamheid te bewegen? En wat doen ze zelf aan verduurzaming? ABN Amro en vermogensbeheerder ACTIAM vertellen over hun duurzame activiteiten. Afgelopen anderhalf jaar hebben 15 financiële instellingen elkaar geïnformeerd en geïnspireerd om verduurzaming hoger op de agenda van de financiële sector te krijgen. Dat hebben ze gedaan in de Community of Practice Financial Institutions and Natural Capital (CoP FINC), die door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) is geïnitieerd. Eén van de conclusies, opgetekend in de RVO.nl-uitgave Finance for One Planet, is dat risicomanagement in de financiële sector meer en meer toekomst-georiënteerd moet zijn: True Risk. Een van de deelnemers aan deze CoP, fonds- en vermogenbeheerder ACTIAM, is daar sinds ruim een jaar met haar klanten zeer actief mee. Met een beheerportefeuille van bijna € 56 miljard heeft ACTIAM genoeg slagkracht in huis om investeringen te ondersteunen die maatschappelijk verantwoord zijn. “Wij houden internationale ontwikkelingen goed in de gaten”, vertelt Maxime Molenaar, ESG Analist bij ACTIAM. “Klimaatverandering is al langer een belangrijk thema voor ons, omdat dat grote effecten kan hebben op onze beleggingen. Het Klimaatakkoord van Parijs, dat in november 2015 is afgesloten, is een grote nieuwe stap. Ook wij hebben direct gekeken wat dit betekent voor bedrijven waarin wij beleggen: zijn zij voorbereid op een maximaal 2 graden scenario? Wij zijn met die bedrijven het gesprek aangegaan over hun strategie, en of wij die strategie nog kunnen beïnvloeden.” Als deze gesprekken niet leiden tot aanpassingen is als laatste mogelijkheid uitsluiting mogelijk. “Zo sluiten wij het Russische Gazprom uit van beleggingen. Zij doen olieboringen in het Arctische gebied, en ze zijn niet transparant over lekkages van hun oliewinning. Daarop hebben wij besloten hen uit te sluiten.”Impact Maar uitsluiten is pas effectief als heel veel beleggers hun geld terug halen bij bedrijven die volharden in niet-duurzame activiteiten. “We willen echter impact hebben op het verduurzamen van de reële economie,” verduidelijkt Dennis van der Putten, hoofd ESG Research binnen ACTIAM. “We kunnen gemakkelijk onze aandelenportefeuille minder CO2-intensief maken door onze aandelen in CO2-intensieve bedrijven te verkopen. Maar dan dragen we niets bij aan het verduurzamen van deze bedrijven. Dat kan wel door bijvoorbeeld best practices voor te leggen van bedrijven – zelfs directe concurrenten – die wel duurzame acties ondernemen. Dat blijkt goed te werken. We werken ook samen met NGO’s. Zo hebben we van het World Resources Institute een overzicht van plekken op de wereld waar veel ontbossing plaatsvindt. Wij kunnen niet zien of bedrijven waarmee wij praten vanuit onze aandeelportefeuille hieraan debet zijn, maar bedrijven kunnen dat wel zelf. We zetten ze dus op een spoor.” Een ander markant voorbeeld is de beïnvloeding van Shell, waarbij ACTIAM één van de financiële spelers is die het olie- en gasbedrijf aanspoort tot meer milieuverantwoord gedrag. Van der Putten: “We waren samen met de andere investeerders in Shell al langer in gesprek met het bedrijf over hun activiteiten in het Arctische gebied. We hebben lokaal gekeken hoe ze dit uitvoeren. Ondanks alle veiligheidsmaatregelen vinden wij dat boren op deze plek niet verantwoord is. En het heeft gewerkt: uiteindelijk is Shell niet gaan boren.” Meer inzetten Op de aandeelhoudersvergadering van Shell in 2016 is het voorstel gekomen dat Shell meer moet gaan inzetten op duurzame energie. Dat is onder aanvoering gegaan van Follow This, die een resolutie op de agenda wist te krijgen om Shell te transformeren in een bedrijf dat alleen duurzame energie produceert. Dat is weliswaar in mei 2016 met een forse meerderheid weggestemd. “Of het nu hiermee te maken heeft is niet duidelijk, maar eind 2016 heeft Shell wel aangekondigd te willen investeren in het windpark op de Noordzee”, zegt Van der Putten. “Het is voor het eerst sinds jaren, dat ze een nieuwe stap zetten naar het opwekken van hernieuwbare energie.” En voor de aandeelhoudersvergadering in mei dit jaar is de duurzaamheidsresolutie dan ook verbreed. De aandeelhouders die ‘voor’ gaan stemmen gaan daarmee niet op de stoel van de bestuurders zitten – zoals de kritiek was vorige jaar - maar geven wel een duidelijke richting aan. “De waarde zit dan ook meer in de dialoog dan in harde actie. En dat geldt voor al onze beleggingen”, aldus Van der Putten. Brazilië Dat klimaatverandering een risico kan zijn voor kredietverlening door financiële instellingen, merkt ook ABN Amro op vele plekken wereldwijd. “We zijn bijvoorbeeld als bank al 200 jaar actief in Brazilië”, vertelt Richard Kooloos, Director Sustainable Banking van ABN Amro, die ook meedeed aan de Community of Practice FINC. “In Brazilië is een paar jaar geleden door extreme weersomstandigheden de jaarproductie van cacao met 30 procent afgenomen. Dat komt doordat insectenplagen en vele droogten de oogsten hebben vernietigd. Dat heeft een direct gevolg voor onze kredietverlening aan onze agri-klanten in die landen, dus daarom willen wij meewerken aan het robuuster maken van Braziliaanse plantages.”Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat een verhoging van de biodiversiteit, dus meer planten- en dierensoorten, de weerbaarheid van de landbouw tegen plagen en droogten doet toenemen. “Samen met ngo Instituto LIFE zijn we nu in gesprek met onze klanten in deze sector in Brazilië om hun biodiversiteit te verbeteren. We hebben een flinke groep agri-klanten, maar met drie grote klanten doen we nu enkele pilots.” Als onderdeel van deze exercitie is ABN Amro in Brazilië door LIFE zelf onder de loep genomen. “Noem het een reinigingsritueel, waarbij we hebben gekeken naar onze eigen negatieve biodiversiteitsimpact. En die compenseren we nu ook. Daarvoor hebben wij een gebied in het Mata Atlântica geadopteerd. Dit is het regenwoud aan de Atlantische kust, dat sterk wordt bedreigd door oprukkende verstedelijking. Jaarlijks investeren we hier in biodiversiteit. Daardoor zijn wij sinds eind december 2016 in Brazilië biodiversiteitsneutraal.” Door met klanten in Brazilië aan de slag te gaan, wil ABN Amro zorgen dat de robuustheid van de plantages verbetert. “We willen dat onze kredietverlening aan deze plantages nog jarenlang rendement oplevert. We hebben wel te maken met de weerbarstige praktijk, want bedrijven in de Braziliaanse agrofood-sector staan onder grote druk, dus staat investeren in biodiversiteit niet op het hoogste plan.” Maar vrijblijvend zijn de gesprekken met deze bedrijven niet. “Wij willen in de haarvaten van deze bedrijven komen, niet alleen op financieel gebied, maar ook hoe zij hun plantages runnen. Want eventuele mooie cijfers kunnen het resultaat zijn van een monocultuur, die veel oplevert op korte termijn, maar op langere termijn erg risicovol kan zijn.” Circulaire Paviljoen Ook in eigen land wil ABN Amro laten zien dat investeren in duurzaamheid loont. “We willen onze commercieel vastgoedportefeuille flink verduurzamen, door van 1 procent A label-panden in onze portefeuille naar 30 procent te stijgen in drie jaar tijd. Dat is best spannend, want onze klanten moeten dat ook kunnen en willen. Zelf het goede voorbeeld geven werkt dan wel: we investeren flink in het verduurzamen van onze eigen kantoorpanden en voor ons hoofdkantoor in Amsterdam realiseren we nieuwbouw dat volledig circulair gebouwd wordt én ook voor de omgeving bruikbaar is, dus niet alleen ons. In dit zogeheten Circulair Paviljoen komt een horeca-gedeelte, waar iedereen uit de omgeving welkom is. En circulair komt heel breed aan de orde: van energieneutraal tot gebruik van duurzame materialen en van gepolijst beton tot aan de catering. Vandaar dat we dit pand ook het Clubhuis van de Circulaire Economie noemen.”Internationaal vervolg Het Nederlandse voorbeeld krijgt Europees vervolg: op 21 maart wordt de kick-off bijeenkomst gehouden van de Europese Community of Practice Finance@Biodiversity. Ook hieraan doen 15 deelnemers van financiële bedrijven mee uit verschillende EU landen. ASN, FMO en ACTIAM doen mee uit Nederland, verder nemen onder andere de Griekse Piraeus Bank en CDC uit Frankrijk deel. Voor meer informatie klik hier. Het ebook Finance For One Planet is hier te vinden.

  • Klantbelang Centraal: De weg naar vertrouwen

     

     Het belang van de klant centraal stellen door banken blijft een kwestie van de lange adem. Klantbelang centraal gaat verder dan het centraal stellen van de klant. Het gaat niet alleen om excellente serviceverlening en bereikbaar zijn voor de klant, maar ook om door middel van een passend productaanbod duurzame toegevoegde waarde te leveren. De focus ligt op een transparant advies- en serviceproces en passende samenstelling van het productaanbod en het aangaan van een duurzame relatie. Sinds de financiële crisis is het voor banken nóg belangrijker om hun bestaansrecht te borgen door optimale klantbediening. Klanten verwachten snelle en directe dienstverlening, hoge bereikbaarheid (via verschillende kanalen) en op maat gesneden producten die begrijpelijk zijn. Om dit te realiseren startten banken de afgelopen jaren diverse veranderinitiatieven gericht op het centraal stellen van het klantbelang. Sinds 2010 meet de Autoriteit Financiële Markten (AFM) in welke mate de grote banken het belang van de klant centraal stellen. Ondanks dat in de afgelopen jaren de scores zijn verbeterd, blijft het consumentenvertrouwen in de sector achterwege. Duurzame verandering vraagt dan ook om borging van het centraal stellen van het belang van de klant in de bedrijfscultuur. Om deze structurele slag te kunnen maken, is het belangrijk te weten welke uitdagingen banken hebben bij het centraal stellen van het klantbelang. Magnitude Consulting heeft hier onderzoek naar gedaan en legt in dit artikel de belangrijkste uitdagingen en succesfactoren bloot.  De laatste jaren staan banken onder druk door hogere kapitaaleisen, strengere wet- en regelgeving, gestelde eisen als gevolg van staatssteun, marktomstandigheden zoals de lage rentestanden, de publieke opinie én het geschade consumentenvertrouwen. Het bestaansrecht van banken is het verlenen van financiële service, in de vorm van diensten en producten aan klanten. Het opbouwen én onderhouden van een duurzame relatie met de klant, zorgt ervoor dat banken succesvol blijven. Zij hebben afgelopen jaren dan ook veel gedaan om de dienstverlening te verbeteren door initiatieven te starten die het klantbelang meer centraal stellen, met als doel een herstel van het consumentenvertrouwen.  Vertrouwen blijft achter Sinds de invoering van de klantbelang centraal cijfers door de AFM, laten de scores vrijwel ieder jaar een (lichte) stijging zien. De sector heeft de afgelopen jaren goede stappen gezet om de klant beter te bedienen. Producten en diensten zijn verbeterd, de processen zijn aangescherpt en het beleid is veranderd. Zo scoren banken steeds beter op sparen, informatieverstrekking, beleggingsadvies en hypotheekadvies en –beheer. Ondanks de stijgende klantbelang centraal cijfers en het herstel in consumentenvertrouwen, blijft het consumentenvertrouwen in de banksector nog achterwege. Het algehele consumentenvertrouwen in het Nederlandse economisch klimaat herstelt . Echter uit de Vertrouwensmonitor Banken (2016) blijkt dat het vertrouwen van de consument in de bankensector nog achterwege blijft . De sector scoort al twee jaar op rij een 2,8 (op een schaal van vijf). Eén van de belangrijkste redenen is de door consument ondervonden beperkte klantgerichtheid. Ook deze score is in 2016 gelijk gebleven (3,3 op een schaal van vijf). Daarnaast vindt de consument dat banken nog altijd hun eigen belang eerst dienen. Ook het beloningsbeleid en de lage spaarrente worden genoemd als redenen voor het beperkte vertrouwen. Consumenten willen nog meer aandacht voor advies en producten die uitgaan van hun belang. De cijfers laten zien dat de bankensector ten positieve verandert en dat er bewuster en meer proactief gestuurd kan worden op uitkomsten in de praktijk. Enerzijds door het verschaffen van duidelijke (klant)informatie en anderzijds het daadwerkelijk helpen van de klant bij het maken van de juiste (financiële) keuzes. Dit om het vertrouwen van de samenleving in de sector te herwinnen. Klantbelang centraal is geen eenmalig project of verbeterinitiatief, maar een continue manier van werken. Belemmerende factoren Ondanks de gevoelde urgentie van het centraal stellen van het klantbelang, zijn er diverse belemmerende factoren. Zo zorgen legacy systemen ervoor dat banken slechts in beperkte mate een uniform klantbeeld kunnen vormen. Het brede assortiment van producten en diensten werkt de versnippering van klantinformatie verder in de hand. Hierdoor is het voor banken een uitdaging om op de consument toegesneden producten en diensten aan te bieden. De organisatorische complexiteit van banken zorgt er tevens voor dat verbeterinitiatieven met betrekking tot het centraal stellen van de klant extra coördinatie behoeven. Daarnaast is het in grote organisaties überhaupt een uitdaging om van elkaars verbeterinitiatieven op de hoogte te blijven, waardoor deze initiatieven veelal suboptimaal benut worden. Uit onderzoek van Sustainable Finance Lab (2014) blijkt dat medewerkers van banken de klant centraal stellen, maar dat dit regelmatig spanning oplevert met de bedrijfscultuur waarin (financiële) prestaties, targets, onderlinge competitie en het boeken van resultaten centraal staan. Medewerkers ervaren een verschil in woord en daad van het topmanagement, een sterke focus op prestatiedoelen en een gebrek aan autonomie. Hiermee zet de bedrijfscultuur de mate waarin het klantbelang centraal gesteld wordt, onder druk in plaats van dat deze wordt versterkt. Succesfactoren voor borging van het klantbelang Toch zijn bovengenoemde uitdagingen niet onoverkomelijk om het klantbelang verder centraal te stellen. De eerste aanzet tot verandering wordt vaak gedreven door verbeterinitiatieven. Deze initiatieven dragen bij aan de eerste slag naar klantgericht denken. Randvoorwaarde is een cultuur die dit toelaat en topmanagement dat deze initiatieven ondersteund. Bij het inbedden van het klantbelang binnen banken, spelen onderstaande factoren een belangrijke rol: Check periodiek de klantbehoefte. Het eenmalig achterhalen van de klantbehoefte is niet voldoende, dit is een continu proces. Luister naar wat de klant écht wil en inventariseer wat de klant nodig heeft. Bij het achterhalen van de klantbehoefte kan onder andere gebruik gemaakt worden van klantarena’s, klantpanels en feedbackloops. De focus ligt hierbij op de lange termijn en niet op korte termijn successen. Het voorop stellen van de klantbehoefte maakt dat de klant automatisch (meer) centraal staat. Dit draagt bij aan het opbouwen van een duurzame relatie met de klant en daarmee aan het bestaansrecht van de organisatie. Biedt heldere en passende producten. Wanneer de behoefte van de klant in kaart is gebracht, kunnen er passende producten worden aangeboden. Veel financiële producten waren complex, waardoor klanten onvoldoende in staat waren de producten en bijbehorende risico’s goed te doorgronden. Het is van belang om de transparantie en eenvoud van producten te borgen, zodat de klant goed in staat is te bepalen of de producten passen bij zijn/haar financiële behoefte. Het toevoegen van waarde voor de klant dient dan ook het uitgangspunt te zijn. Een zorgvuldig productbeleid kenmerkt zich door bestaande en nieuwe proposities te toetsen in bijvoorbeeld klankbordgroepen. Richt effectief ketenmanagement in. Een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de klant en meer verbinding tussen ketens zorgen ervoor dat een volledig klantbeeld wordt gevormd en dat klantsignalen worden gedeeld. Dit vormt de basis voor een optimale customer journey. Dit kan worden gefaciliteerd door het inrichten van klantdivisies, klantteams of ketenregisseurs. Zo worden diverse disciplines bij elkaar gebracht en kunnen de klantsignalen worden gedeeld. Klantbelang centraal belangrijke sleutel voor terugkeer consumentenvertrouwen Door op gestructureerde wijze rekening te houden met de bovenstaande succesfactoren, zet de bankensector een vervolgstap in het integreren van klantbelang centraal binnen de organisatie. Door continu in te spelen op wat de klant daadwerkelijk nodig heeft, en niet alleen wat hij wil, en hierbij de juiste producten en diensten leveren, bouwen banken aan een duurzame relatie. Uiteindelijk zal het structureel centraal stellen van het klantbelang leiden tot meer vertrouwen in de sector. Dit zal zeker een kwestie van een lange adem zijn. Vertrouwen komt immers nog steeds te voet.

  • Boete van half miljard euro voor grootbanken voor manipulatie van rentetarieven

     

     De eurocommissaris voor Concurrentie, Margrethe Vestager, deelde vandaag mee dat de Europese Commissie Crédit Agricole, HSBC en JPMorgan Chase voor een totaal bedrag van 485 miljoen euro beboet, voor de manipulatie van rentetarieven. De 3 banken hadden samen met Barclays, Deutsche Bank, RBS en Société Générale tussen september 2005 en mei 2008 vertrouwelijke informatie uitgewisseld en afspraken gemaakt om de koers van belangrijke benchmarktarieven als Euribor in hun voordeel om te buigen.  In december 2013 besloten Barclays, Deutsche Bank, RBS en Société Générale te schikken met de Commissie, tegen de andere drie banken bleef het kartelonderzoek gewoon lopen. Zij krijgen nu een totale boete van bijna een half miljard euro. De Amerikaanse grootbank JPMorgan Chase moest met 337 miljoen euro het grootste bedrag ophoesten. Het Franse Crédit Agricole moet 114 miljoen euro betalen en het Britse HSBC, dat slechts één maand deelnam aan het kartel, komt er vanaf met een boete van 33 miljoen euro. “Een gezonde en competitieve financiële sector is essentieel voor investeringen en economische groei. Banken moeten de Europese concurrentieregels respecteren, net als elk ander bedrijf dat actief is in de Europese interne markt”, zo verklaarde Vestager.De Commissie voert al jaren onderzoek naar het gesjoemel met interbankenrente en deelde eerder al belangrijke boetes uit.  

  • Benelux kampioen geheime belastingdeals met multinationals

     

    Nederland is nog altijd een van de belangrijkste landen in Europa als het gaat om internationale belastingontwijking. Dankzij allerlei regelingen blijft Nederland een belangrijke draaischijf, ook al zegt het kabinet steeds belastingontwijking aan te willen pakken. Dat concludeert het laatste Eurodad-rapport Survival of the Richest - Europe's role in supporting an unjust global tax system 2016. Eurodad maakt het overzichtsrapport nu voor het vierde jaar op rij. Zeventien EU-lidstaten, en Noorwegen, worden onder de loep gelegd en met elkaar vergeleken. De belangrijkste conclusie is, dat het aantal geheime belastingdeals tussen landen en multinationals, zogenaamde sweetheart tax deals, niet afneemt, maar juist stijgt. Tussen 2013 en 2015 zelfs met 160%. Nederland staat in de Europese top 3 en sloot in 2015 maar liefst 236 van deze geheime deals. Alleen België en Luxemburg sloten er in Europa meer af. Tove Maria Ryding, policy and advocacy manager bij Eurodad: "Het is verbazingwekkend en diep verontrustend dat het aantal geheime deals in Europa explodeert - alsof het LuxLeaks-schandaal nooit heeft plaatsgevonden. Bij LuxLeaks hebben we gezien dat klokkenluiders bedreigd worden met rechtszaken en gevangenis. Het feit dat er in Europa nu meer dan duizend sweetheart-deals bestaan met multinationals, baart ons zorgen." Kroonjuwelen"Nederland is ook niet bereid om haar eigen 'kroonjuwelen' aan te pakken, zoals de deelnemingsvrijstelling.", stelt onderzoeker Jasper van Teffelen van SOMO. "Ten opzichte van vorig jaar zijn er door de EU, onder Nederlands voorzitterschap, wel stappen in de goede richting gezet om belastingontwijking te bestrijden, maar Nederland heeft in eigen land bitter weinig gedaan om haar rol als facilitator van belastingontwijking aan te pakken".

  • FinanciĆ«le instellingen in Nederland omarmen de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties

     

     Vorig jaar heeft de Verenigde Naties de Sustainable Development Goals (SDG's) voor 2030 vastgesteld. Het gaat om 17 zeer ambitieuze doelstellingen op het gebied van o.a. klimaat, armoede, gezondheidszorg, onderwijs. Om de SDG's voor 2030 te kunnen realiseren, is er jaarlijks 5.000-7.000 miljard dollar aan investeringen nodig. Zonder kapitaal van institutionele en private beleggers is dit niet mogelijk.  Morgen zullen 18 Nederlandse financiële instellingen, met een collectief beheerd vermogen van 2.800 miljard euro, de regering en de Nederlandse Bank (DNB) uitnodigen om samen met de instellingen de SDG's te ondersteunen. Het is wereldwijd voor het eerst dat nationale pensioenfondsen, verzekeraars en banken samenkomen rondom een gezamenlijke SDG Investeringsagenda (SDGI). De instellingen die het initiatief ondertekenden presenteren de agenda voor verdere samenwerking en gezamenlijk acties aan Lilianne Ploumen, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De presentatie vindt morgen plaats tijdens de conferentie van de Global Impact Investing Network (GIIN), waar 700 institutionele en andere professionele beleggers aanwezig zullen zijn. Het consortium van ondertekenende instellingen heeft als uitgangspunt dat het niet alleen van maatschappelijk belang, maar ook in het belang van hun aandeelhouders en zakelijke relaties is om de grote maatschappelijke uitdagingen van deze tijd mee te laten wegen in hun bedrijfsvoering en bij investeringen. In het rapport 'Building Highways to SDG Investing' formuleren de instellingen een aantal speerpunten om SDG investeringen in het binnen- en buitenland te maximaliseren. Het rapport is het resultaat van een brede consultatie van zes maanden met ruim 70 medefinanciers, overheidsvertegenwoordigers en deskundigen uit de praktijk. In het rapport staan concrete voorstellen die erop gericht zijn investeringen in de SDG's te versnellen en op te schalen. In december zullen verdere besprekingen plaatsvinden, waaronder een bijeenkomst met de financiële sector op 14 december bij de DNB. De instellingen die het initiatief hebben ondertekend kijken ernaar uit om zich in de komende jaren gezamenlijk in te zetten voor investeringen in de SDG's. Herman Mulder, mede-organisator van de SDGI Agenda: "In de roerige wereld van deze tijd is het belangrijker dan ooit dat de private sector initiatieven ontplooit waarmee positieve verandering een impuls krijgt. De SDG's bieden niet alleen een uitdaging, maar ook een kans om gezamenlijk een positieve bijdrage te leveren." Het rapport 'Building Highways to SDG Investing' wordt morgen om 10:00 uur gepubliceerd op www.sdgi-nl.org

  • Rabobank: Wereldwijd blijven voedselprijzen laag in 2017

     

      Grote mondiale voedselvoorraden houden voedselprijzen naar verwachting laag, terwijl 'wildcard' China mogelijk deel van haar enorme reserves gaat verkopen Het Trump-presidentschap brengt valutaonzekerheid met zich mee wat zal resulteren in sterk fluctuerende voedselprijzen, terwijl verkiezingen in Europa verdere onvoorspelbaarheid creëren? Wereldwijde demografische ontwikkelingen blijven de vraag naar vlees, zuivel en diervoeding sturen Een ongekend grote voedselvoorraad houdt naar verwachting de wereldwijde voedselprijzen laag in 2017, zelfs bij de beginnende inflatie die in veel ontwikkelde economieën merkbaar is, volgens het Rabobank Global Outlook 2017 rapport. Basisgrondstoffen zoals graan, maïs en sojabonen – belangrijke onderdelen van veevoeding – worden momenteel opgeslagen in recordhoeveelheden. Dit drukt de prijzen die men verwacht volgend jaar aan boeren te betalen. In de Rabobank Global Outlook 2017, waarin wordt gekeken naar 13 cruciale voedsel- en agrarische grondstoffen, benadrukt de Rabobank de rol van China in het creëren van verdere onzekerheid in de markt. Het land met de meeste inwoners ter wereld heeft enorme voorraden van veel essentiële grondstoffen – geschat wordt dat China meer dan 60% van de wereldwijde katoenvoorraad in handen heeft, meer dan de helft van de maïs, 40% van het graan en 21% van de sojabonen. Als China besluit een deel van deze reserves te verkopen, zou dit wereldwijd de prijs van grondstoffen zoals katoen, suiker, maïs, sojabonen en plantaardige olie kunnen verlagen, aldus de Rabobank. De Rabobank verwacht dat de inflatie in de VS tot 2% stijgt in 2017. Ook in het Verenigd Koninkrijk, en tot op zekere hoogte in de eurozone, is de verwachting dat de prijzen zullen stijgen. Zelfs kleine stijgingen zoals deze kunnen genoeg zijn om later in 2017 de aandacht op grondstoffenindexfondsen te vestigen. Deze fondsen bieden dekking tegen inflatie wanneer landbouwprijzen laag blijven. Stefan Vogel, Hoofd van Rabobank Agri Commodity Markets Research (ACMR) en een van de auteurs van Rabobank Global Outlook 2017: "Na drie jaar van dalende prijzen en vernielde oogsten door extreem weer in veel belangrijke agrarische gebieden, lijkt 2017 een jaar van nodige stabiliteit in voedselprijzen te worden. Desalniettemin betekent de ongekend grote mondiale voedselvoorraad dat de prijzen aanhoudend laag zullen blijven. Dat is goed nieuws voor consumenten, maar minder goed nieuws voor de boeren." "En toch is de grote onbekende in dit verhaal China. Gezien de grootte van de Chinese bevolking, de economische groei en het enorme Chinese aandeel in de wereldwijde import van agrarische grondstoffen, heeft China een gigantische invloed op mondiale voedselprijzen. Tel daarbij op de grote voorraden van de belangrijkste grondstoffen – waaronder maïs, graan en sojabonen – en elke beslissing van Chinese beleidsmakers om deze reserves te gaan verkopen zou een ingrijpend effect op de wereldwijde markten hebben door dalende Chinese import." De Rabobank voorspelt verder dat wispelturigheid van de wereldwijde valutamarkten in 2017 van invloed zal zijn op de agrarische grondstofprijzen. De euro zal waarschijnlijk in waarde dalen naar aanleiding van de Franse, Nederlandse en Duitse verkiezingen gedurende 2017. De mogelijke impact van dergelijke valutaschommelingen is al te zien in het Verenigd Koninkrijk, waar de waardedaling van het Britse pond sinds de uitslag van het Brexit-referendum in juni, de prijzen van voedselimport tot wel 16% heeft doen stijgen en tegelijkertijd agrarische export heeft opgejaagd. Het resultaat is dat de Britse graanverkoop in het buitenland op haar hoogste niveau in 20 jaar is. Na de verkiezing van Donald Trump als president eerder deze maand, is de Rabobank voorzichtig met de economische verwachtingen voor de VS. Tijdens zijn campagne suggereerde Trump dat hij mogelijk een economisch beleid van protectionisme zal voeren. Als handelsverdragen worden herzien, zou dit zeer wijdverspreide gevolgen kunnen hebben voor de Amerikaanse import en export van grondstoffen. Wanneer men kijkt naar individuele grondstoffen, is de verwachting dat koffieprijzen (momenteel 163,3 dollarcent per Amerikaanse pond) een sterke verdere daling zullen laten zien, met vooral voor arabica-koffie een dalend vooruitzicht. De prijs van robusta-koffie daarentegen zal gestut worden door een groot productietekort. Lagere prijzen zullen waarschijnlijk echter niet aan de consument doorberekend worden. De Rabobank voorspelt dat de verschuiving van ontwikkelingslanden naar een meer Westers dieet gebaseerd op vlees zal aanhouden. Dit zal de consumptie – en dus ook de prijzen – van de voor de veeteelt belangrijke sojabonen (momenteel 1.020 dollarcent per bushel), varkensvlees (56,5 dollar per kwintaal) en rundvlees (108,7 dollar per kwintaal) verder doen stijgen. De Rabobank verwacht ook dat de zuivelprijzen gedurende 2017 zullen stijgen dankzij de gestaag toenemende vraag. Stefan Vogel voegt toe: "Boeren, consumenten en grondstofhandelaars zullen allemaal de potentieel veranderlijke valutaprijzen in 2017 goed in de gaten houden. Desondanks blijft algemeen gezien de fundering sterk. De wereldbevolking neemt toe, evenals de welvaart – dit zorgt weer voor een verschuiving naar duurdere diëten die rijk aan vlees en zuivel zijn. Wij denken dat mondiale voedselprijzen in het algemeen robuust zullen blijven, zelf als boeren zich klaarmaken voor weinig of geen groei van grondstofprijzen gedurende het jaar." De Rabobank Global Outlook werd voor het eerst in 2010 gepubliceerd. Het rapport kijkt in detail naar de vooruitzichten voor 13 cruciale voedsel- en agrarische grondstoffen in het komende jaar. De Rabobank Global Outlook toont de kwartaalprijsverwachtingen samen met de 'basisscenario's' die volgens de Rabobank het meest aannemelijke prijstraject weergeven, en de 'hoge' en 'lage' scenario's die de risicofactoren aangeven welke de veranderlijkheid van de markt sturen.

  • Lees meer