Compliance

  • How are Europe’s PSD2 plans going?

     

    The clock is ticking for European Union member states to implement the European Banking Association’s Revised Payment Services Directive (PSD2) into their national laws, with the cut-off date of 13 January 2018 only nine months away. As we wrote here, these regulatory standards will give third-party providers (such as retailers and fintechs) access to the account information of banks’ customers, providing that these customers give their consent. The standards also dictate that two-factor authentication (2FA) must be in place when users access their accounts or make payments. What is the plan?The original Payment Services Directive (PSD), adopted in 2007, provided the legal foundation for creating a single EU market for payments. The objective was to make cross-border payments as easy, efficient and secure as national payments (i.e. payments within a member state). Then, in 2013, the European Commission realized that it would need to adjust these regulations in order to cater for the new payment mechanisms that were now possible as a result of advances in technology. Two months ago, on 23 February 2017, the final draft of the PSD2 Regulatory Technical Standards on strong customer authentication and secure communication was published. The revised regulations now have the following core objectives: To contribute to a more integrated and efficient European payments market To level the playing field for new and existing payment service providers To make payments safer and more secure To protect consumers To encourage lower prices for payments through stronger competitionIn a world where user experience is becoming more essential to success in digital services, banks that were not willing or able to pursue a frictionless e-commerce user experience now hope that partnering with merchants on risk-based authentication will be an answer. Time will tell. What will change?Currently, consumers holding multiple accounts need to log in to each account via that financial institution’s proprietary digital interface, whether via a mobile app or an online portal. Under PSD2, on the other hand, third-party data aggregators known as Account Information Service Providers (AISPs) can be granted access to this account information, which will enable them to give consumers a single view of multiple accounts. All account information, financial products and transactions can then be viewed on a single application dashboard.In revising the regulations, the European Commission also saw an opportunity to promote competition in the financial services industry. To this end, the Commission introduced a new category of Payment Service Provider (PSP) called “payment institutions”. This refers to providers of payment services that are unconnected to the taking of deposits or the issuing of electronic money (i.e. not a bank). Aside from opening up customers’ account information, PSD2 will require banks to give these new entrants to the market payment capabilities, in the hope that this will lead to cheaper and faster payments. But is it safe?Under PSD2, all PSPs will be required to apply 2FA. This entails that, apart from static credentials (a username and password), the user will also be asked to authorize a login event or transaction by using another method.This is nothing new for the financial services industry, and as such there is already an array of mechanisms available for implementing 2FA. Two of the more popular forms are SMS one-time passwords (OTPs), also known as mTANs, and hardware-generated OTPs. But as security possibilities expand, so does the sophistication of cybercrime syndicates. As a result, some of these 2FA approaches are now being circumvented, exposing consumers and organizations to fraud. So how is strong authentication to be achieved? The only way to stand up to the increasing complexity of fraud vectors in use today is to combine multiple security measures. In this kind of layered approach, the mobile device – if identified definitively through the use of a digital certificate – can act as a first factor of authentication (possession, i.e. something the user has). A second factor, such as a PIN, the user’s GPS location, or a biometric input, is used to augment security – especially for high-value transactions.For added security, banks and other financial service providers should implement authentication solutions that provide a separate, bi-directional channel between their servers and their users’ mobile devices. Encrypted push-based authentication requests and responses can then be exchanged over it without fear of interception and modification. This secure channel provides a second factor of authentication out of band, without the user even having to switch apps. Apart from the authentication of digital logins and financial transactions, this will also enable the authentication of card-not-present payments using the same interface, thus providing a consistent customer experience across multiple channels.

  • PSD-2: Dreiging of kans?

     

    De Europese PSD2-richtlijn die in januari 2018 van kracht wordt, vereist dat Europese banken betaalgegevens van klanten toegankelijk maken voor andere financiële dienstverleners, mits de klant daar toestemming voor geeft. Dit maakt geavanceerde identificatie- en authenticatietechnologie van levensbelang. De wet is bedoeld om innovatie te stimuleren en de concurrentie te verbreden. Tachtig procent van de banken in Europa blijkt echter nog niet voldoen aan de vereisten vanuit de Payment Service Directive 2 (PSD2) en de bijbehorende security- en privacy-maatregelen. Dat is verontrustend. Alleen met innovatieve digitale oplossingen en een hoog gebruiksgemak zullen traditionele banken hun klanten kunnen vasthouden. Het verlenen van toegang tot klant- en accountgegevens komt er voor banken op neer dat zij hun online front-end, dus wat zichtbaar is voor de online bezoeker, loskoppelen van de niet-zichtbare achterkant van een systeem, de back-end. Een voorbeeld hiervan op nationaal niveau is iDEAL waarin Nederlands banken hun betaaldiensten aanbieden aan iDEAL Payment Service Providers conform een uniforme (technische) interface. Als gevolg hebben banken oplossingen nodig om toch veilige koppelingen te kunnen maken tussen back-end functionaliteiten van een bank en externe applicaties van bijvoorbeeld een fintech-bedrijf. Websites en webapplicaties communiceren met elkaar via een application programming interface (API). We spreken in dit kader dan ook over API-security. Met geavanceerde authenticatiemethoden kunnen bijvoorbeeld klanten van een financiële dienstverlener of computerprogramma’s die een connectie willen maken, worden geïdentificeerd en geautoriseerd. Betaalmogelijkheden, zoals iDEAL en mobiel betalen, worden mogelijk gemaakt door betaalproviders (Third Party Providers of TPP’s). Dit zijn niet alleen traditionele banken, maar ook nieuwe online banken en fintech-startups. De nieuwe PSD2-wetgeving eist van de TPP’s dat zij strong customer authentication (SCA) toepassen. Hiermee kan men op een veilige manier gebruikmaken van (nieuwe) betaalmethoden. Om de klanttevredenheid te optimaliseren, is het bij SCA van belang dat er een balans is tussen het voldoen aan veiligheidseisen en het gebruiksgemak voor klanten. Denk aan twee-factor-authenticatie, dus naast gebruikersnaam en wachtwoord nog een extra beveiligingslaag. Klanten kunnen zich bijvoorbeeld biometrisch, via vingerafdruk of spraakherkenning, authentiseren via een app op hun telefoon. Binnen deze oplossingen kan de bank zelf verschillende zogenoemde ‘business rules’ instellen. Zo kan de klant het overschrijven van kleine bedragen bijvoorbeeld goedkeuren middels het simpelweg klikken op de akkoord-button binnen de app. Voor hogere bedragen is dan authenticatie met een vingerafdruk vereist of een extra verificatie, zoals een selfie die de bank kan matchen met je paspoortfoto. Ook los van PSD2 is er ruimte voor innovatie in de financiële sector. Denk bijvoorbeeld aan geld pinnen met een bank-app middels biometrische authenticatie in plaats van een bankpas met pincode. Hiervoor hebben we binnen PwC Everett een demo ontwikkeld. Een ander mooi voorbeeld is de koppeling van je mobiele telefoon aan een fysieke bankkantoor, waardoor je herkend wordt als je de bank binnenloopt. Hierdoor heeft een baliemedewerker of adviseur direct jouw financiële gegevens paraat. Op het moment dat de bank via de app vraagt om jouw gegevens te mogen inzien, weet je dat je met de bank communiceert en niet op een nep-website zit die een echte bank nabootst. Deze manier van toegang verlenen is in lijn met de nieuwe Europese richtlijn General Data Protection Regulation (GDPR) die van banken vereist dat ze toestemming moeten vragen om jouw persoonlijke (financiële) informatie te mogen inzien. Ook dan kun je bijvoorbeeld akkoord geven met je vingerafdruk. Natuurlijk, nieuwe digitale spelers in de financiële sector zijn in het voordeel; zij kunnen innovatieve digitale oplossingen direct in hun infrastructuur meenemen. Voor traditionele banken is dit moeilijker, omdat zij hun bestaande IT-systemen moeten integreren met technologieën op het gebied van bijvoorbeeld data-analyse en mobile. Echter, PSD2 ontziet niemand. Zowel nieuwkomers als traditionele banken zullen vanaf 2018 aan de regels moeten voldoen. Toch hoeven traditionele spelers niet bij de pakken neer te zitten. PSD2 kon nog wel eens als vooruitgangsmotor werken. Het kan concurrentie, transparantie, lagere kosten én gebruiksgemak bevorderen. En daar is iedereen bij gebaat.  Gerald Horst is bij PwC Everett expert op het gebied van Identity & Access Management (IAM) 

  • Digitale incassostrategie en klantbehoud

     

    De Nederlandse economie groeit in een verrassend krachtig tempo en over nagenoeg alle sectoren. Dat stelt De Nederlandsche Bank in z’n vorige maand verschenen halfjaarlijkse rapport over de economische ontwikkeling. Het aantal faillissementen bij bedrijven neemt af en consumenten zijn beter in staat om aan hun verplichtingen te voldoen. Financiële instellingen hebben de afgelopen crisisjaren wel geleerd dat het innen van openstaande vorderingen een belangrijke voorwaarde is om rendabel te zijn, ook in een verbeterend economisch klimaat. De kans en uitdaging is om daarbij gebruik te maken van de mogelijkheden die het digitale tijdperk biedt om de klanten te bereiken en zo goed mogelijk te bedienen. De nauwkeurige bepaling van het risicoprofiel van de klant, een op maat gesneden behandelplan en een multi-channel strategie rondom de bediening van de klant zijn de basisvoorwaarden voor succes. Daarnaast kunnen door standaardisering en slimme automatisering van de interne incassoprocessen, aanzienlijke kostenvoordelen worden behaald. Klantgericht incasseren Klantgericht incasseren is gericht op een beter begrip en een betere bediening van de klant. Betalingsachterstanden worden opgelost op een wijze die acceptabel, passend en realistisch is voor alle betrokken partijen. In een perfecte wereld weten financiële instellingen welke klanten hun betalingsachterstanden aflossen, of en wanneer hun achterstanden worden betaald en hoe lang ze achterstallig blijven. Het goede nieuws is dat met behulp van de huidige technologie en met relatief beperkte middelen de perfecte wereld dichterbij is dan vaak wordt gedacht. Het slechte nieuws is dat de meesten dit (nog) niet in praktijk brengen. Voor veel beslissers is het vaak onduidelijk of investeringen zich wel terugverdienen. Bij gebrek aan tijd en up-to-date kennis wordt vaak geaarzeld om te investeren in de digitale mogelijkheden die door de klant juist gevraagd worden. Hier ligt een kans om klantgericht te incasseren. Klantgerichte interactie en communicatie Klanten zijn slim en mondig en eisen meer service. Zowel digitale zelfbediening alsook persoonlijk contact met de medewerker. Digitale dienstverleners zijn 24*7 in bedrijf en leveren een volledig dienstenpakket. Daarnaast dient de kwaliteit van de digitale diensten minstens zo goed, of zelfs beter te zijn, dan het persoonlijk contact. Recent onderzoek toont aan dat selfservice klantportalen essentieel zijn om klanten in de toekomst te blijven ondersteunen. De klant bepaalt zelf welk kanaal wordt gebruikt en reageert op het moment dat het uitkomt. Dit kan door te bellen via een call center, in te loggen via het internet en daarbij gebruik te maken van diverse media zoals tablets en mobiele telefoon. Voor veel mensen is een betalingsachterstand op zichzelf al confronterend en frustrerend; meerdere (vaak als bedreigend ervarende) telefoontjes versterken dit gevoel. Het liefst zou men in alle anonimiteit een ontstane betalingsachterstand zelf willen oplossen, zonder een gesprek met derden hierover te hoeven voeren. Dit betekent dat klanten toegang moeten krijgen tot actuele persoonlijke informatie op elk gewenst tijdstip van de dag, en dat men kan kiezen uit verschillende terugbetalingsmogelijkheden. Bovendien dienen de privacy en de beveiliging van de transacties gewaarborgd te zijn. Daarnaast is het belangrijk dat medewerkers van de afdeling Bijzonder Beheer op de juiste toon reageren in hun klantgesprekken. Met behulp van dynamische spraakanalyse –en herkenning, krijgen medewerkers aangepaste gespreksscripts aangeboden welke realtime inspelen op de gemoedstoestand en intonatie van de betrokken klant. Medewerkers worden zodoende gefaciliteerd om een beter empathisch contact op te bouwen en ook betere resultaten te behalen. Standaardisatie en integratie Moeten we nu alles weer anders gaan doen binnen de afdeling Bijzonder Beheer? De basis voor een klantvriendelijke, persoonlijke oplossing wordt gelegd door de (be)sturing van een gestandaardiseerde en volledig geïntegreerde workflow. De gewenste karakteristieken van zo’n workflow zijn: Standaard procescontroles om de werking van beleid en processen aan te tonen Heldere en eenduidige dossiervorming Integratie met andere systemen om een volledig klantbeeld op te bouwen Sturen van berichten en herinneringen op gepaste momenten, met de juiste tekst en met de juiste frequentie Automatiseren van de standaard handelingen, zodat medewerkers hun aandacht kunnen richten op de meest risicovolle klanten en op klantbehoud Automatisch aanmaken van betaaltoezeggingen, rapportages en analysesVerbetering voorspelbaarheid en effectiviteit De essentie van modern incasseren is om te bepalen wat de kans is dat een debiteur zijn schuld vrijwillig zal terugbetalen binnen een gegeven tijd. Door beter te kunnen inventariseren waar kansen en risico’s in sectoren en klantgroepen zitten, kunnen de middelen optimaal worden ingezet. Toenemende en complexe regelgeving vereist een risicogeoriënteerde benadering om incassoresultaten nog beter te kunnen sturen dan voorheen. Met name de voorspelbaarheid van de te incasseren bedragen wordt steeds belangrijker. De Bijzonder Beheer medewerkers dienen te worden ondersteund in de beslissing welk behandelplan te kiezen. Deze ondersteuning kan worden geboden via geavanceerde klantsegmentatie. Op basis van onder meer historisch klant –en betaalgedrag, omvang en grootte van een schuld en het risico van niet terugbetalen, worden scoringstechnieken en slimme algoritmen toegepast. De inning scenarios worden berekend op basis van informatie vanuit elk onderdeel van de keten, waardoor een integraal klantbeeld wordt gerealiseerd. Zodoende krijgen de risicovolle klanten de benodigde aandacht en kunnen de middelen worden ingezet daar waar de incasso opbrengsten het hoogst zijn.  Automatisch borgen van wet –en regelgeving Beleid, processen en systemen dienen aantoonbaar beheersbaar te zijn en te blijven. Een adequate en tijdige documentatie en bewijsvoering staan hierbij centraal. Anders dreig je achter de feiten aan te lopen met alle nare consequenties van dien (boetes, publicaties, naheffingen). Financiële instellingen die soepel en proactief inspelen op de dynamiek en complexiteit van wet –en regelgeving, bouwen een concurrentievoordeel op ten opzichte van degenen die daartoe niet in staat zijn. Hierbij wordt veel geëist van de medewerkers, processen en ondersteunende systemen. Je kan immers niet zomaar alles afspreken met een klant. Processen en systemen dienen verplichte acties af te dwingen en verboden acties onmogelijk te maken. Als een medewerker bijvoorbeeld laat in de avonduren telefonisch contact zoekt met een klant, dan dient het systeem een alert af te geven en feitelijk zo’n poging te blokkeren. Dit geldt ook als een klant reeds is benaderd. Een systeem alert voorkomt dat er niet nog een keer, binnen een bepaalde periode, contact wordt gelegd. Dit stelt hoge eisen aan processen, systemen en medewerkers. Laten we het voorbeeld nemen van klantdossiers. Deze dienen snel inzicht te geven in actuele realtime klantinformatie. Voorbeelden hiervan zijn klantbeeld, contactgegevens, gemaakte afspraken, correspondentie, maatregelen en aantal maanden achterstand. Op deze wijze worden klanten goed en tijdig geïnformeerd over hun openstaande vorderingen en worden passende en haalbare aflossingsvoorstellen gemaakt.  Conclusie De klant kan beter worden bediend en betere resultaten kunnen worden behaald, door in te spelen op de mogelijkheden van nieuwe technologie en gebruik te maken van hoogwaardige informatie die integraal beschikbaar kan worden gemaakt. Door standaardisering en integratie van de interne incassoprocessen en door de middelen in te zetten daar waar de incasso opbrengsten het hoogst zijn wordt een hoger (incasso) rendement gerealiseerd. Toenemende en complexe regelgeving vereist een risicogeoriënteerde benadering om incassoresultaten nog beter te kunnen sturen, de voorspelbaarheid te verbeteren en de borging ervan automatisch af te dwingen. De mogelijkheden om een digitale en rendabele incassostrategie te realiseren zijn beschikbaar en liggen voor het grijpen.  

  • AFM positief over vernieuwde Corporate Governance Code

     

     De AFM is positief over de nieuwe Corporate Governance Code die donderdag is gepubliceerd door de Monitoring Commissie Corporate Governance Code. De AFM vindt vanuit haar toezichtrol met name 4 onderwerpen van belang: langetermijnwaardecreatie, de interne auditfunctie, rapportage aan de auditcommissie en cultuur van de onderneming. Deze zijn ook uitgelicht in de eerdere consultatiereactie van de AFM in april van dit jaar. De AFM maakt zich sterk voor transparante en eerlijke financiële markten, om zo bij te dragen aan duurzaam financieel welzijn in Nederland. Goede corporate governance is daarbij een belangrijke sleutel. Het werken met een Code, en de wijze van totstandkoming, blijkt een succesvolle invulling van zelfregulering met een wettelijke verankering.  LangetermijnwaardecreatieDe AFM is verheugd dat langetermijnwaardecreatie, waarbij de belangen van alle stakeholders van de vennootschap worden meegewogen, hoge prioriteit krijgt in de Code. Investeerders hechten steeds meer belang aan verantwoord aandeelhouderschap, waarbij langetermijnwaardecreatie en daarmee ook niet-financiële informatie belangrijker worden. De AFM benadrukt het belang van geïntegreerde verslaggeving en constateerde recent in haar rapport over jaarverslaggeving dat ondernemingen hier in toenemende mate stappen in de goede richting zetten. Naar de mening van de AFM zouden verdere stappen richting geïntegreerde verslaggeving zich ook prima lenen voor een benadering als in de Code. De AFM vindt het verder een mooie stap vooruit dat een vennootschap in de verklaring van het bestuur (‘in control’ verklaring) niet alleen aandacht zal moeten besteden aan risico’s die verband houden met financiële aspecten, maar daarin ook de strategische, operationale alsmede niet-financiële aspecten van ondernemen moet betrekken.  Adequate interne auditfunctieDe AFM onderschrijft het uitgangspunt in de Code dat iedere beursgenoteerde vennootschap over een interne auditfunctie zou moeten beschikken. Een adequate interne auditfunctie is een essentieel onderdeel van de risicobeheersing van de vennootschap en is veelal voorwaardelijk voor het goed functioneren van de externe accountant en de auditcommissie. Uit AFM-onderzoek naar auditcommissies in 2015 bleek dat ook commissarissen hechten aan een goede interne beheersing en oog hebben voor de toegenomen rol van de interne auditfunctie daarbij.  Rapportage aan auditcommissieDe Code legt terecht meer nadruk op de rol van de auditcommissie in het benoemings- en beoordelingsproces van de externe accountant. Daarbij is tijdige rapportage door de externe accountant aan de auditcommissie cruciaal. De AFM pleit reeds langere tijd voor rechtstreekse rapportage aan de auditcommissie door de externe accountant, zonder onnodige vertraging. We zijn positief dat ons pleidooi draagvlak gevonden heeft.  CultuurTot slot ondersteunt de AFM de aandacht voor gedrag en cultuur in de Code. Dit is een onderwerp waar de AFM zich nadrukkelijk mee bezig houdt in haar toezichttaken. Voor alle normen geldt dat ze pas werkelijk effect sorteren, wanneer ze deel gaan uitmaken van de cultuur van een onderneming. Gedrag en cultuur zijn mede bepalend bij langetermijnwaardecreatie en de (implementatie van de) interne risicobeheersings- en controlesystemen. Uit eigen toezichtservaring weet de AFM dat het sturen op gedrag en cultuur bij de onder toezicht staande instellingen een weerbarstig proces is dat vraagt om continue aandacht.

  • Standard Life Investments: Inflatie blijft te laag in Eurozone - ECB gaat aankoopprogramma verlengen

     

    Inflatie in de Eurozone is vrijwel afwezig geweest in de afgelopen twee jaar. Soms zelfs daalden de prijzen op jaarbasis. Afgelopen oktober steeg de consumentenprijsinflatie 0,5% op jaarbasis; de grootste stijging sinds april 2014. Deze week worden de inflatiecijfers van november gepubliceerd maar volgens Stephanie Kelly, econoom Europa bij Standard Life Investments hoeven geen opwaartse verrassingen verwacht te worden. De zwakke inflatiecijfers van de afgelopen jaren worden vooral veroorzaakt door de energieprijzen die einde 2014 sterk daalden en einde 2015/begin 2016 opnieuw de weg naar beneden vonden. Grondstoffenprijzen trokken weer aan sinds begin dit jaar en zijn de afgelopen maanden in het algemeen stabiel gebleven. Deze prijsstabiliteit zorgt ervoor dat het desinflationaire effect dat lagere energieprijzen veroorzaken uit de inflatiecijfers op jaarbasis verdwijnt. Naarmate de basiseffecten van lagere energieprijzen in de komende maanden uit de data wegspoelen, verwacht Kelly dat de nominale inflatie convergeert met de kerninflatie die in oktober onveranderd op 0,8% op jaarbasis bleef staan. De kerninflatie is en zal hoger blijven noteren dan de geaggregeerde nominale inflatie omdat energieprijzen hier niet in worden meegenomen, maar beide cijfers blijven ver uit de buurt van de 2%-inflatiedoelstelling van de ECB. Kelly verwacht een gemiddelde nominale inflatie van 1,2% in 2017. Een behoorlijke stijging vergeleken met de 0,2% inflatie van 2016, maar nog altijd is het cijfer te laag. Waarom? Normaliter ontstaat er opwaartse druk op lonen, reële arbeidskosten per eenheid product en uiteindelijk consumentenprijzen als reservecapaciteit op de arbeidsmarkt verdwijnt. De arbeidsmarkt is behoorlijk hersteld de afgelopen jaren; de werkloosheid is gedaald van 12,1% in 2013 naar 10% in 2016, het laagste punt van de afgelopen 5 jaar. De OESO schat dat de NAIRU (Non Accelerating Inflation Rate of Unemployment) of evenwichtswerkloosheid in de Eurozone 9,4% bedroeg in 2015. Met andere woorden, de reservecapaciteit daalt, maar hij moet nog verder dalen. Aan de andere kant, de NAIRU is moeilijk in te schatten. Arbeidsmarkthervormingen in Frankrijk en Italië kunnen de NAIRU verlagen door de werkgelegenheid te stimuleren. Daardoor zou toenemende inflatiedruk kunnen uitblijven. Aan de andere kant, structurele hervormingen hebben niet direct maar met enige vertraging effect en van tevoren is het moeilijk in te schatten hoe effectief zij zullen zijn. Hoe dan ook, zelfs als NAIRU wordt bereikt, zal het nog wel even duren voordat dit zich vertaalt in toenemende loondruk en stijgende consumentenrpijsinflatie. Met de inflatie nog ver weg van haar doelstelling, verwacht Kelly dat de ECB tijdens de eerstvolgende meeting op 8 december aankondigt het aankoopprogramma te zullen verlengen. Lees de wekelijkse nieuwsbrief 'Target Practice' van Stephanie Kelly, econoom Europa bij Standard Life Investments.

  • ECB maakt toetsingsmethodiek openbaar

     

     De ECB biedt ter consultatie de ‘Guide to fit and proper supervision’, met de toetsingsmethodiek voor rvc- en rvb-leden bij banken onder direct ECB-toezicht. Met deze consultatie licht de ECB haar methodiek toe voor de toetsing van de leden van raden van commissarissen en van de raden van bestuur van banken die onder toezicht staan van de ECB/SSM.  DNB voorzitter werkgroep Deze methodiek en het daarvoor geformuleerde beleid is in nauwe samenwerking met alle toezichthouders binnen het SSM tot stand gekomen. De Nederlandsche Bank was voorzitter van de daarvoor ingestelde SSM-werkgroep. De werkwijze van de ECB is vrijwel identiek aan het DNB-toetsingsproces. Verschillen met de huidige Nederlandse toetsingspraktijk zijn met name op het gebied van de tijdsbesteding, kennis en de hantering van belangenconflicten door commissarissen en bestuurders te vinden. De ECB heeft hiervoor striktere eisen opgenomen. Samenwerking DNB en ECB Naast de methodologie wordt ook inzicht gegeven in de samenwerking tussen de ECB en de nationale toezichthouders gedurende het SSM-toetsingsproces. Voor Nederland betekent dit in de praktijk dat DNB de SSM-toetsingen net als voorheen blijft coördineren en uitvoeren. Dit betekent dat DNB het proces van SSM-toetsingen niet afsluit met een besluit, maar met een advies aan de ECB. De ECB neemt het formele besluit binnen vier tot vijf weken. Deze periode van besluitvorming is onderdeel van de wettelijke termijn van maximaal dertien weken. Resultaten toetsing 2015 en 2016 In 2015 toetste DNB 189 kandidaten van grote en kleine banken. In 2016 was dit aantal 96 kandidaten. (Het hogere aantal toetsingen in 2015 heeft te maken met de ‘inhaaltoetsingen’ van zittende bestuursleden die voor 2016 getoetst moesten worden.) In 2015 kreeg 96% een positieve besluit en in 2016 ontving 98% van de kandidaten een positief besluit. U kunt de Guide to fit and proper supervision vinden op de ECB website. De consultatie loopt tot 20 januari 2017.

  • Lees meer