Betalingsverkeer

  • Mastercard rolt kunstmatige intelligentie uit

     

     Mastercard today introduced Decision Intelligence, a comprehensive decision and fraud detection service. The solution uses artificial intelligence technology to help financial institutions increase the accuracy of real-time approvals of genuine transactions and reduce false declines. This is the first use of AI being implemented on a global scale directly on the Mastercard network. Current decision-scoring products are focused primarily on risk assessment, working within predefined rules. Decision Intelligence is a radical new approach that goes much further. It takes a broader view in assessing, scoring and learning from each transaction. That score then enables the card issuer to apply the intelligence to the next transaction. “We are solving a major consumer pain point of being falsely declined when trying to make a purchase,” said Ajay Bhalla, president of enterprise risk and security, Mastercard. “By using AI technology on our global network, we’re helping financial institutions and merchants improve approval rates – and the consumer experience.” How It Works Building on other proprietary services, Decision Intelligence is a new way of solving an old problem using sophisticated algorithms to provide a predictive score to the issuer, based on intelligent analysis. They then incorporate that information into their existing fraud mitigation efforts. Alternatively, issuers can activate the holistic Mastercard tool, which makes data-driven, real-time decisions tailored to the account, including defined alert and decline thresholds. The smart technology behind Decision Intelligence examines how a specific account is used over time to detect normal and abnormal shopping spending behaviors. In doing so, it leverages account information like customer value segmentation, risk profiling, location, merchant, device data, time of day, and type of purchase made. Delivering Value in Every Tap, Dip or Swipe Over the last few years, the industry has been increasingly focused on protecting payments and combating fraud, which is why striking the right balance in approving transactions and managing fraud is important. “We estimate that in the U.S. alone, the value of false declines is more than 13 times the total amount lost to actual card fraud,” said Al Pascual, senior vice president, research director and head of fraud and security at Javelin Strategy & Research. “Applying machine learning to decision-scoring is a new way of creating a positive consumer experience, while also minimizing fraud.” The addition of AI as a core component of the Mastercard network will deliver an enhanced fraud score for every transaction. This new functionality can help improve the accuracy of real-time approvals of genuine transactions and reduce false declines. Merchants in specific verticals, like fuel or ATM, could use the real-time information to react to potential concerns much quicker, reducing operational expenses like chargebacks. This technology is a core feature on the Enhanced World Elite platform and supports all Mastercard brands and products across all markets.  

  • Virtuele geldstromen nu ook onder toezicht tegen witwassen

     

     Ook virtuele geldstromen worden in de toekomst gemonitord in de strijd tegen het wiswassen van geld. Door een amendement van Europarlementariër Cora van Nieuwenhuizen (VVD) worden deze in een voorstel van de Europese Commissie voor de aanpak van witwaspraktijken, meegenomen.  “Er zijn inmiddels heel veel vormen van digitaal geld, zoals Bitcoin, Dogecoin en Litecoin. Dat biedt weer nieuwe mogelijkheden tot witwassen,” zegt Van Nieuwenhuizen. “Het gaat om miljarden euro's; in juni van dit jaar was de totale waarde van alle circulerende ‘virtual currencies’ gestegen tot boven de 10 miljard dollar. Deze 'gaten' moeten worden gedicht. Anders blijf je achter de feiten aanlopen”. In Straatsburg werd plenair gestemd over het Commissievoorstel. Van Nieuwenhuizen: “Meer transparantie is een goede eerste stap in de aanpak van internationale witwaspraktijken. Met deze richtlijn is er meer zicht op wie nu de echte eigenaar is van het wit te wassen geld”. De volgende stap is, wat de VVD betreft, dat de rest van de wereld dit voorbeeld volgt. “De strijd tegen witwaspraktijken moet internationaal zijn, dat hebben de Panama Papers wel duidelijk gemaakt. Bovendien moet deze strijd ook 'toekomstproof' zijn, want de inkt van het Commissievoorstel is nog niet droog, of er doen zich alweer nieuwe ontwikkelingen voor die de wetgeving in een klap achterhaald kunnen maken. Daar maken criminelen en terroristen dankbaar gebruik van,” zegt Van Nieuwenhuizen.

  • Veel webwinkels betalen niet terug bij een retourzending

     

     Uit onderzoek van de Consumentenbond blijkt dat ruim een derde van de onderzochte webwinkels bij een retourzending de bezorgkosten niet altijd terugbetaalt. Daarnaast betalen veel winkels ook nog eens te laat of helemaal niets terug, ondanks herinneringen. Het onderzoekDe Consumentenbond bestelde 675 artikelen bij ruim 200 webshops (Bekijk de resultaten per winkel). Met de feestdagen in aantocht hebben we vooral webshops geselecteerd die onder meer cadeauartikelen verkopen. Bij elke winkel hebben onze onderzoekers op drie verschillende momenten een aankoop gedaan. Binnen 14 dagen na ontvangst stuurden ze die bestelling in zijn geheel terug. Webwinkels zijn in zo’n geval wettelijk verplicht om binnen 14 dagen het aankoopbedrag terug te betalen, inclusief bezorgkosten. Desondanks betaalde 36% van de winkels bij minimaal één bestelling de bezorgkosten niet terug, 18% deed dit zelfs bij geen van de drie bestellingen. Daarnaast betaalden velen te laat, en sommigen helemaal niets, ondanks dat we meerdere herinneringen stuurden.  Is de wet onredelijk?Een veelgehoord excuus van webwinkels om de bezorgkosten in het geval van een retourzending niet terug te willen betalen is dat ze het onredelijk vinden. Ze stellen dat ze het product immers bezorgd hebben, en daaraan zijn kosten verbonden. Maar de wettelijke bepaling dat je in zo’n geval recht hebt op al je geld terug is er niet voor niets. Als je als consument iets online koopt, zie je het artikel alleen op een beeldscherm. In het echt kan het artikel enorm tegenvallen. De wet biedt dan terecht de bescherming dat je bij retournering dan niet alsnog de –soms- hoge bezorgkosten kwijt bent. De kosten voor het retour zenden wel voor rekening van de consument. Op die manier zal die zorgvuldig met zijn recht op retour omgaan.  Boetes ACMDe Consumentenbond doet al vier jaar onderzoek naar het nakomen van de wettelijke verplichtingen door webwinkels. Net als voorgaande jaren delen we de onderzoeksresultaten met de toezichthouder Autoriteit Consument en Markt (ACM). Onder meer door onze gegevens deelde de ACM eerder dit jaar forse boetes uit. In september 2016 kreeg T.O.M. (onder andere van internet-sportandcasuals.com) een boete van €500.000 wegens overtreding van consumentenregels. In oktober volgden vijf andere webwinkels: Bever, Coolcat, Kiesdejuistesportbh, Hipvoordeheb en Shoebaloo.

  • Postex nu ook beschikbaar voor de verzekeringsbranche

     

     Voortaan de verzekeringsoutput op maat afgeleverd bij klanten, of de verzekeringspremie via iDEAL betalen? RISK (risk.nl) en PostexTM (postex.com) verzorgen een innovatief proces dat aansluit op de voorkeur van de eindklant waardoor de klanttevredenheid verbeterd wordt. Postex: elke eindklant het juiste berichtPostex biedt een volledige en geautomatiseerde ontzorging bij de fysieke én digitale verzending van verzekeringsdocumenten in de gewenste huisstijl. Met Postex hebben bedrijven grip, structuur en inzicht ten aanzien van de uitgaande zakelijke communicatie en het daaraan gerelateerde financiële proces. Serviceprovider RISKRISK is als eerste serviceprovider in de verzekeringsbranche gestart met de dienstverlening van Postex. In korte tijd zijn de volgende zaken gerealiseerd: aflevering van de poststukken (digitaal of fysiek) op maat ingeregeld; verhoogde klanttevredenheid; iDEAL-mogelijkheden voor zowel fysieke als digitale poststroom; look & feel per poststroom of verzekeringsadviseur in te regelen.

  • Bunq laat klanten overschrijven met handherkenning

     

     De Nederlandse bank Bunq zegt de eerste bank wereldwijd te zijn die zijn klanten overschrijvingen laat doen met handherkenning.  Gebruikers moeten vier vingers van één hand voor de camera van hun smartphone houden om een overschrijving te doen. De app herkent vervolgens of het inderdaad gaat om de hand van de rekeninghouder. De app werkt met technologie van het Amerikaanse bedrijf Veridium. Volgens Veridium is het herkennen van vier vingers bovendien veiliger dan het herkennen van een enkele vingerafdruk met de scanner die op steeds meer smartphones aanwezig is.  Gebruikers van de Bunq-apps konden al betalingen goedkeuren met een vingerafdruk of via gezichtsherkenning. Volgens de bank werkt de nieuwe technologie in alle omstandigheden, ook in het donker. Met de flits kan een hand nog altijd worden herkend. Bunq heeft zijn mobiele apps ook vernieuwd. Het wordt onder meer mogelijk om pinpassen over te zetten van één rekening naar een ander. Ook kunnen overboekingen worden gedaan op basis van contacten uit het adresboek, in plaats van IBAN-nummers. Verder introduceert Bunq dinsdag een nieuwe app: Slice. Daarmee kunnen groepen vrienden rekeningen delen. De app staat los van Bunq en kan ook door klanten van andere banken worden gebruikt. Bunq bestaat later deze maand één jaar. In die tijd heeft de bank ruim een miljoen betalingen verwerkt - naar eigen zeggen een "onverwachts groot aantal". Bunq-klanten kunnen hun rekeningen alleen via een app raadplegen. Het bedrijf heeft geen fysieke filialen. Vorig jaar werd Bunq de eerste nieuwe, onafhankelijke bank met een bankvergunning sinds de oprichting van de DSB, een decennium eerder. De bank wil niet zeggen hoeveel mensen een rekening hebben.

  • Slechts 4% Nederlanders deelt spullen via deelplatforms

     

     Huren, lenen en delen; Nederlanders dragen graag hun steentje bij aan de deeleconomie. 78 procent staat open voor het online delen van spullen. Toch is maar 4 procent daadwerkelijk actief op deze deelplatforms. Van boormachine tot partytent en van thuismaaltijd tot vakantieadres. Online platforms maken het mogelijk snel contact te leggen met anderen en zo van alles met elkaar te delen. De meest populaire sites zijn Peerby, Thuisafgehaald en SnappCar. Dat blijkt uit onderzoek van de UvA en ShareNL, het kennis- en netwerkplatform voor de deeleconomie. Zij deden onderzoek naar de houding van Nederlanders ten opzichte van het online delen van spullen en de kennis naar het bestaan hiervan. Onbekendheid en vertrouwen spelen grote rol Delen met vrienden en familie is heel gebruikelijk in Nederland. Maar liefst 88 procent van de Nederlanders doet dit regelmatig. Het online uitlenen van spullen aan onbekenden blijft echter achter. Slechts 4 procent doet dit op speciale online platforms. Dit komt omdat veel mensen niet weten van het bestaan hiervan (46%). Ook speelt vertrouwen een grote rol. Aan een bekende leen je eerder spullen uit omdat 'je weet dat het goed zit'. Drempelverlaging Centraal Beheer verwacht dat delen steeds meer gemeengoed gaat worden. Maar liefst 78 procent van de Nederlanders staat open voor het online (uit)lenen van spullen. "Als verzekeraar zien wij dat het 'nieuwe delen' kansen biedt, maar ook nieuwe onzekerheden met zich mee brengt. En nieuwe behoeften", vertelt Robin Clements, directeur van Centraal Beheer. "Wij bieden oplossingen die de drempel verlagen om met elkaar te delen. Daarom hebben wij verschillende verzekeringen aangepast en werken wij samen met partijen die actief zijn in de deeleconomie zoals Share NL, Deeleconomie in Nederland, Peerby, Barqo en MyWheels. Zo maken we vertrouwd delen mogelijk." Noord-Brabander minst gedreven door financiën bij uitlenen De achterliggende motivatie om spullen te delen blijkt verschillend. Zo komt naar voren dat Noord-Brabanders het minst gedreven worden door financiële overwegingen en het uitlenen van spullen veelal zien als 'iets goeds doen voor een ander'. Noord-Hollanders daarentegen vinden een financiële vergoeding belangrijker (47% Noord-Brabant versus 63% Noord-Holland). Verder hebben de provincies Noord-Holland en Utrecht de meeste interesse in het delen van spullen op online platforms (beide 81%), gevolgd door Noord-Brabant (79%) en Zuid-Holland (78%). Campagne vertrouwd lenen Om meer Nederlanders aan het delen te krijgen, start Centraal Beheer vanaf 15 november een campagne. "De campagne bestaat uit korte online filmpjes. Hiermee willen we Nederlanders op een leuke en luchtige manier bekend laten maken met de mogelijkheden van het (uit)lenen van spullen en hen erop wijzen dat dit op een veilige en vertrouwde manier kan", vervolgt Clements. Meer informatie over de campagne is te vinden op: http://centraalbeheer.nl/leentjeleent. Over het onderzoek ShareNL heeft in samenwerking met de UvA een breed onderzoek uitgezet naar het deelgedrag van Nederlanders. Hiervoor is fieldresearch ingezet en zijn participanten van online deeleconomie benaderd om een survey in te vullen. In totaal zijn 1787 compleet ingevulde enquêtes ontvangen. Key insights onderzoek 4% van de Nederlanders deelt online spullen. Offline is dit 88%. Spullen worden dan gedeeld met buren, vrienden en familie. 46% van de Nederlanders weet niet af van het bestaan van online deelplatforms. 78% van de mensen die zich nog niet heeft aangesloten bij een online deelplatform heeft hier wel interesse in. Het merendeel van de respondenten voelt iets voor een financiële compensatie, zo lang de vergoeding maximaal kostendekkend is. Slechts 19% ziet er wat in dat de aanbieder er financieel op vooruit gaat wanneer hij of zij spullen uitleent. 40% van de Nederlanders die gratis iets wil delen ervaart 'iets goeds doen voor een ander' als zeer positief. Opmerkelijk was dat Noord-Brabanders het minst gedreven worden door financiële overwegingen (47%) en in Noord-Holland financiële vergoeding juist vaker als iets positiefs ervaren wordt (63%). Al met al, is het belangrijk om bewust te zijn van het feit dat niet iedereen uiteindelijk gedreven wordt door "gemak" of "financiële overwegingen" maar dat voor velen "intrinsieke motivaties" er ook toe doen. De provincies Noord-Holland en Utrecht hebben de meeste interesse in het delen van spullen via online platforms (beide 81%), gevolgd door Noord-Brabant (79%) en Zuid-Holland (78%). 10% van de Nederlanders deelt nooit spullen, ook niet met familie en bekenden. 

  • Lees meer