Algemeen

  • Dialoog helpt bedrijven beter te verduurzamen dan harde actie

     

     Banken en verzekeraars denken steeds beter na over de houdbaarheid van hun financieringen; of het nu gaat om financieringen van gebouwen of om meer investeren in duurzame energie. Welke kracht kunnen financiële instellingen inzetten om hun klanten tot meer duurzaamheid te bewegen? En wat doen ze zelf aan verduurzaming? ABN Amro en vermogensbeheerder ACTIAM vertellen over hun duurzame activiteiten. Afgelopen anderhalf jaar hebben 15 financiële instellingen elkaar geïnformeerd en geïnspireerd om verduurzaming hoger op de agenda van de financiële sector te krijgen. Dat hebben ze gedaan in de Community of Practice Financial Institutions and Natural Capital (CoP FINC), die door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) is geïnitieerd. Eén van de conclusies, opgetekend in de RVO.nl-uitgave Finance for One Planet, is dat risicomanagement in de financiële sector meer en meer toekomst-georiënteerd moet zijn: True Risk. Een van de deelnemers aan deze CoP, fonds- en vermogenbeheerder ACTIAM, is daar sinds ruim een jaar met haar klanten zeer actief mee. Met een beheerportefeuille van bijna € 56 miljard heeft ACTIAM genoeg slagkracht in huis om investeringen te ondersteunen die maatschappelijk verantwoord zijn. “Wij houden internationale ontwikkelingen goed in de gaten”, vertelt Maxime Molenaar, ESG Analist bij ACTIAM. “Klimaatverandering is al langer een belangrijk thema voor ons, omdat dat grote effecten kan hebben op onze beleggingen. Het Klimaatakkoord van Parijs, dat in november 2015 is afgesloten, is een grote nieuwe stap. Ook wij hebben direct gekeken wat dit betekent voor bedrijven waarin wij beleggen: zijn zij voorbereid op een maximaal 2 graden scenario? Wij zijn met die bedrijven het gesprek aangegaan over hun strategie, en of wij die strategie nog kunnen beïnvloeden.” Als deze gesprekken niet leiden tot aanpassingen is als laatste mogelijkheid uitsluiting mogelijk. “Zo sluiten wij het Russische Gazprom uit van beleggingen. Zij doen olieboringen in het Arctische gebied, en ze zijn niet transparant over lekkages van hun oliewinning. Daarop hebben wij besloten hen uit te sluiten.”Impact Maar uitsluiten is pas effectief als heel veel beleggers hun geld terug halen bij bedrijven die volharden in niet-duurzame activiteiten. “We willen echter impact hebben op het verduurzamen van de reële economie,” verduidelijkt Dennis van der Putten, hoofd ESG Research binnen ACTIAM. “We kunnen gemakkelijk onze aandelenportefeuille minder CO2-intensief maken door onze aandelen in CO2-intensieve bedrijven te verkopen. Maar dan dragen we niets bij aan het verduurzamen van deze bedrijven. Dat kan wel door bijvoorbeeld best practices voor te leggen van bedrijven – zelfs directe concurrenten – die wel duurzame acties ondernemen. Dat blijkt goed te werken. We werken ook samen met NGO’s. Zo hebben we van het World Resources Institute een overzicht van plekken op de wereld waar veel ontbossing plaatsvindt. Wij kunnen niet zien of bedrijven waarmee wij praten vanuit onze aandeelportefeuille hieraan debet zijn, maar bedrijven kunnen dat wel zelf. We zetten ze dus op een spoor.” Een ander markant voorbeeld is de beïnvloeding van Shell, waarbij ACTIAM één van de financiële spelers is die het olie- en gasbedrijf aanspoort tot meer milieuverantwoord gedrag. Van der Putten: “We waren samen met de andere investeerders in Shell al langer in gesprek met het bedrijf over hun activiteiten in het Arctische gebied. We hebben lokaal gekeken hoe ze dit uitvoeren. Ondanks alle veiligheidsmaatregelen vinden wij dat boren op deze plek niet verantwoord is. En het heeft gewerkt: uiteindelijk is Shell niet gaan boren.” Meer inzetten Op de aandeelhoudersvergadering van Shell in 2016 is het voorstel gekomen dat Shell meer moet gaan inzetten op duurzame energie. Dat is onder aanvoering gegaan van Follow This, die een resolutie op de agenda wist te krijgen om Shell te transformeren in een bedrijf dat alleen duurzame energie produceert. Dat is weliswaar in mei 2016 met een forse meerderheid weggestemd. “Of het nu hiermee te maken heeft is niet duidelijk, maar eind 2016 heeft Shell wel aangekondigd te willen investeren in het windpark op de Noordzee”, zegt Van der Putten. “Het is voor het eerst sinds jaren, dat ze een nieuwe stap zetten naar het opwekken van hernieuwbare energie.” En voor de aandeelhoudersvergadering in mei dit jaar is de duurzaamheidsresolutie dan ook verbreed. De aandeelhouders die ‘voor’ gaan stemmen gaan daarmee niet op de stoel van de bestuurders zitten – zoals de kritiek was vorige jaar - maar geven wel een duidelijke richting aan. “De waarde zit dan ook meer in de dialoog dan in harde actie. En dat geldt voor al onze beleggingen”, aldus Van der Putten. Brazilië Dat klimaatverandering een risico kan zijn voor kredietverlening door financiële instellingen, merkt ook ABN Amro op vele plekken wereldwijd. “We zijn bijvoorbeeld als bank al 200 jaar actief in Brazilië”, vertelt Richard Kooloos, Director Sustainable Banking van ABN Amro, die ook meedeed aan de Community of Practice FINC. “In Brazilië is een paar jaar geleden door extreme weersomstandigheden de jaarproductie van cacao met 30 procent afgenomen. Dat komt doordat insectenplagen en vele droogten de oogsten hebben vernietigd. Dat heeft een direct gevolg voor onze kredietverlening aan onze agri-klanten in die landen, dus daarom willen wij meewerken aan het robuuster maken van Braziliaanse plantages.”Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat een verhoging van de biodiversiteit, dus meer planten- en dierensoorten, de weerbaarheid van de landbouw tegen plagen en droogten doet toenemen. “Samen met ngo Instituto LIFE zijn we nu in gesprek met onze klanten in deze sector in Brazilië om hun biodiversiteit te verbeteren. We hebben een flinke groep agri-klanten, maar met drie grote klanten doen we nu enkele pilots.” Als onderdeel van deze exercitie is ABN Amro in Brazilië door LIFE zelf onder de loep genomen. “Noem het een reinigingsritueel, waarbij we hebben gekeken naar onze eigen negatieve biodiversiteitsimpact. En die compenseren we nu ook. Daarvoor hebben wij een gebied in het Mata Atlântica geadopteerd. Dit is het regenwoud aan de Atlantische kust, dat sterk wordt bedreigd door oprukkende verstedelijking. Jaarlijks investeren we hier in biodiversiteit. Daardoor zijn wij sinds eind december 2016 in Brazilië biodiversiteitsneutraal.” Door met klanten in Brazilië aan de slag te gaan, wil ABN Amro zorgen dat de robuustheid van de plantages verbetert. “We willen dat onze kredietverlening aan deze plantages nog jarenlang rendement oplevert. We hebben wel te maken met de weerbarstige praktijk, want bedrijven in de Braziliaanse agrofood-sector staan onder grote druk, dus staat investeren in biodiversiteit niet op het hoogste plan.” Maar vrijblijvend zijn de gesprekken met deze bedrijven niet. “Wij willen in de haarvaten van deze bedrijven komen, niet alleen op financieel gebied, maar ook hoe zij hun plantages runnen. Want eventuele mooie cijfers kunnen het resultaat zijn van een monocultuur, die veel oplevert op korte termijn, maar op langere termijn erg risicovol kan zijn.” Circulaire Paviljoen Ook in eigen land wil ABN Amro laten zien dat investeren in duurzaamheid loont. “We willen onze commercieel vastgoedportefeuille flink verduurzamen, door van 1 procent A label-panden in onze portefeuille naar 30 procent te stijgen in drie jaar tijd. Dat is best spannend, want onze klanten moeten dat ook kunnen en willen. Zelf het goede voorbeeld geven werkt dan wel: we investeren flink in het verduurzamen van onze eigen kantoorpanden en voor ons hoofdkantoor in Amsterdam realiseren we nieuwbouw dat volledig circulair gebouwd wordt én ook voor de omgeving bruikbaar is, dus niet alleen ons. In dit zogeheten Circulair Paviljoen komt een horeca-gedeelte, waar iedereen uit de omgeving welkom is. En circulair komt heel breed aan de orde: van energieneutraal tot gebruik van duurzame materialen en van gepolijst beton tot aan de catering. Vandaar dat we dit pand ook het Clubhuis van de Circulaire Economie noemen.”Internationaal vervolg Het Nederlandse voorbeeld krijgt Europees vervolg: op 21 maart wordt de kick-off bijeenkomst gehouden van de Europese Community of Practice Finance@Biodiversity. Ook hieraan doen 15 deelnemers van financiële bedrijven mee uit verschillende EU landen. ASN, FMO en ACTIAM doen mee uit Nederland, verder nemen onder andere de Griekse Piraeus Bank en CDC uit Frankrijk deel. Voor meer informatie klik hier. Het ebook Finance For One Planet is hier te vinden.

  • Digitale incassostrategie en klantbehoud

     

    De Nederlandse economie groeit in een verrassend krachtig tempo en over nagenoeg alle sectoren. Dat stelt De Nederlandsche Bank in z’n vorige maand verschenen halfjaarlijkse rapport over de economische ontwikkeling. Het aantal faillissementen bij bedrijven neemt af en consumenten zijn beter in staat om aan hun verplichtingen te voldoen. Financiële instellingen hebben de afgelopen crisisjaren wel geleerd dat het innen van openstaande vorderingen een belangrijke voorwaarde is om rendabel te zijn, ook in een verbeterend economisch klimaat. De kans en uitdaging is om daarbij gebruik te maken van de mogelijkheden die het digitale tijdperk biedt om de klanten te bereiken en zo goed mogelijk te bedienen. De nauwkeurige bepaling van het risicoprofiel van de klant, een op maat gesneden behandelplan en een multi-channel strategie rondom de bediening van de klant zijn de basisvoorwaarden voor succes. Daarnaast kunnen door standaardisering en slimme automatisering van de interne incassoprocessen, aanzienlijke kostenvoordelen worden behaald. Klantgericht incasseren Klantgericht incasseren is gericht op een beter begrip en een betere bediening van de klant. Betalingsachterstanden worden opgelost op een wijze die acceptabel, passend en realistisch is voor alle betrokken partijen. In een perfecte wereld weten financiële instellingen welke klanten hun betalingsachterstanden aflossen, of en wanneer hun achterstanden worden betaald en hoe lang ze achterstallig blijven. Het goede nieuws is dat met behulp van de huidige technologie en met relatief beperkte middelen de perfecte wereld dichterbij is dan vaak wordt gedacht. Het slechte nieuws is dat de meesten dit (nog) niet in praktijk brengen. Voor veel beslissers is het vaak onduidelijk of investeringen zich wel terugverdienen. Bij gebrek aan tijd en up-to-date kennis wordt vaak geaarzeld om te investeren in de digitale mogelijkheden die door de klant juist gevraagd worden. Hier ligt een kans om klantgericht te incasseren. Klantgerichte interactie en communicatie Klanten zijn slim en mondig en eisen meer service. Zowel digitale zelfbediening alsook persoonlijk contact met de medewerker. Digitale dienstverleners zijn 24*7 in bedrijf en leveren een volledig dienstenpakket. Daarnaast dient de kwaliteit van de digitale diensten minstens zo goed, of zelfs beter te zijn, dan het persoonlijk contact. Recent onderzoek toont aan dat selfservice klantportalen essentieel zijn om klanten in de toekomst te blijven ondersteunen. De klant bepaalt zelf welk kanaal wordt gebruikt en reageert op het moment dat het uitkomt. Dit kan door te bellen via een call center, in te loggen via het internet en daarbij gebruik te maken van diverse media zoals tablets en mobiele telefoon. Voor veel mensen is een betalingsachterstand op zichzelf al confronterend en frustrerend; meerdere (vaak als bedreigend ervarende) telefoontjes versterken dit gevoel. Het liefst zou men in alle anonimiteit een ontstane betalingsachterstand zelf willen oplossen, zonder een gesprek met derden hierover te hoeven voeren. Dit betekent dat klanten toegang moeten krijgen tot actuele persoonlijke informatie op elk gewenst tijdstip van de dag, en dat men kan kiezen uit verschillende terugbetalingsmogelijkheden. Bovendien dienen de privacy en de beveiliging van de transacties gewaarborgd te zijn. Daarnaast is het belangrijk dat medewerkers van de afdeling Bijzonder Beheer op de juiste toon reageren in hun klantgesprekken. Met behulp van dynamische spraakanalyse –en herkenning, krijgen medewerkers aangepaste gespreksscripts aangeboden welke realtime inspelen op de gemoedstoestand en intonatie van de betrokken klant. Medewerkers worden zodoende gefaciliteerd om een beter empathisch contact op te bouwen en ook betere resultaten te behalen. Standaardisatie en integratie Moeten we nu alles weer anders gaan doen binnen de afdeling Bijzonder Beheer? De basis voor een klantvriendelijke, persoonlijke oplossing wordt gelegd door de (be)sturing van een gestandaardiseerde en volledig geïntegreerde workflow. De gewenste karakteristieken van zo’n workflow zijn: Standaard procescontroles om de werking van beleid en processen aan te tonen Heldere en eenduidige dossiervorming Integratie met andere systemen om een volledig klantbeeld op te bouwen Sturen van berichten en herinneringen op gepaste momenten, met de juiste tekst en met de juiste frequentie Automatiseren van de standaard handelingen, zodat medewerkers hun aandacht kunnen richten op de meest risicovolle klanten en op klantbehoud Automatisch aanmaken van betaaltoezeggingen, rapportages en analysesVerbetering voorspelbaarheid en effectiviteit De essentie van modern incasseren is om te bepalen wat de kans is dat een debiteur zijn schuld vrijwillig zal terugbetalen binnen een gegeven tijd. Door beter te kunnen inventariseren waar kansen en risico’s in sectoren en klantgroepen zitten, kunnen de middelen optimaal worden ingezet. Toenemende en complexe regelgeving vereist een risicogeoriënteerde benadering om incassoresultaten nog beter te kunnen sturen dan voorheen. Met name de voorspelbaarheid van de te incasseren bedragen wordt steeds belangrijker. De Bijzonder Beheer medewerkers dienen te worden ondersteund in de beslissing welk behandelplan te kiezen. Deze ondersteuning kan worden geboden via geavanceerde klantsegmentatie. Op basis van onder meer historisch klant –en betaalgedrag, omvang en grootte van een schuld en het risico van niet terugbetalen, worden scoringstechnieken en slimme algoritmen toegepast. De inning scenarios worden berekend op basis van informatie vanuit elk onderdeel van de keten, waardoor een integraal klantbeeld wordt gerealiseerd. Zodoende krijgen de risicovolle klanten de benodigde aandacht en kunnen de middelen worden ingezet daar waar de incasso opbrengsten het hoogst zijn.  Automatisch borgen van wet –en regelgeving Beleid, processen en systemen dienen aantoonbaar beheersbaar te zijn en te blijven. Een adequate en tijdige documentatie en bewijsvoering staan hierbij centraal. Anders dreig je achter de feiten aan te lopen met alle nare consequenties van dien (boetes, publicaties, naheffingen). Financiële instellingen die soepel en proactief inspelen op de dynamiek en complexiteit van wet –en regelgeving, bouwen een concurrentievoordeel op ten opzichte van degenen die daartoe niet in staat zijn. Hierbij wordt veel geëist van de medewerkers, processen en ondersteunende systemen. Je kan immers niet zomaar alles afspreken met een klant. Processen en systemen dienen verplichte acties af te dwingen en verboden acties onmogelijk te maken. Als een medewerker bijvoorbeeld laat in de avonduren telefonisch contact zoekt met een klant, dan dient het systeem een alert af te geven en feitelijk zo’n poging te blokkeren. Dit geldt ook als een klant reeds is benaderd. Een systeem alert voorkomt dat er niet nog een keer, binnen een bepaalde periode, contact wordt gelegd. Dit stelt hoge eisen aan processen, systemen en medewerkers. Laten we het voorbeeld nemen van klantdossiers. Deze dienen snel inzicht te geven in actuele realtime klantinformatie. Voorbeelden hiervan zijn klantbeeld, contactgegevens, gemaakte afspraken, correspondentie, maatregelen en aantal maanden achterstand. Op deze wijze worden klanten goed en tijdig geïnformeerd over hun openstaande vorderingen en worden passende en haalbare aflossingsvoorstellen gemaakt.  Conclusie De klant kan beter worden bediend en betere resultaten kunnen worden behaald, door in te spelen op de mogelijkheden van nieuwe technologie en gebruik te maken van hoogwaardige informatie die integraal beschikbaar kan worden gemaakt. Door standaardisering en integratie van de interne incassoprocessen en door de middelen in te zetten daar waar de incasso opbrengsten het hoogst zijn wordt een hoger (incasso) rendement gerealiseerd. Toenemende en complexe regelgeving vereist een risicogeoriënteerde benadering om incassoresultaten nog beter te kunnen sturen, de voorspelbaarheid te verbeteren en de borging ervan automatisch af te dwingen. De mogelijkheden om een digitale en rendabele incassostrategie te realiseren zijn beschikbaar en liggen voor het grijpen.  

  • Stijging dekkingsgraad pensioenfondsen zet door

     

    De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is in februari gestegen van 103% naar 104%. De beleidsdekkingsgraad, die leidend is voor kortingen en indexatie, steeg van 98% naar 99%. Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon Hewitt, die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bijhoudt. De rente daalde in februari gemiddeld met zo’n dertien basispunten, mede door de onrust rondom het opkoopprogramma van de Europese Centrale Bank en de politieke onrust in Frankrijk. Naast de daling van de rente is de UFR gedaald van 2,9% naar 2,8%. De waarde van de verplichtingen op basis van de UFR-methodiek steeg daardoor met bijna 3%. Rentes gedaald, vermogen gestegen Door de daling van de rente steeg de vastrentende waardenportefeuille 1% in waarde. Aandelen in zowel ontwikkelde als opkomende markten deden het relatief goed met 5% rendement. Ook onroerend goed steeg in waarde. Per saldo steeg het vermogen van pensioenfondsen in februari met ruim 3%.De stijging van de gemiddelde dekkingsgraad komt ook tot uitdrukking in de beleidsdekkingsgraad, die van 98% naar 99% steeg. De beleidsdekkingsgraad is bepalend voor kortingen en indexatie. Bij een beleidsdekkingsgraad lager dan circa 104,3% is er sprake van een dekkingstekort. AOW-leeftijd leidt tot discussie bij verkiezingen Met de verkiezingen voor de deur hebben Nederlanders in 2017 flink wat te kiezen op het gebied van pensioenen. Diverse partijen spreken zich uit over algemene pensioenthema’s zoals betere pensioencommunicatie, het nieuwe pensioensysteem, flexibilisering van de AOW-leeftijd, versobering en meer keuzevrijheid.Lijsttrekkers discussiëren de laatste weken vooral over de AOW-leeftijd en de rekenrente. Terwijl de SP, 50+ en PVV pleiten voor een lagere AOW-leeftijd van 65 jaar, is inmiddels al besloten dat de pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2018 omhoog gaat naar 68 jaar. Werkgevers moeten ook dit jaar weer met sociale partners in overleg om de regeling aan te passen.“De onderbelichte vraag waar het in deze discussie écht om gaat is hoe oudere werknemers inzetbaar kunnen blijven,” zegt Frank Driessen, Chief Commercial Officer van Aon Hewitt. “Wij adviseren om tijdig met sociale partners in overleg te gaan, om de uitdagingen van langer doorwerken het hoofd te bieden en bijvoorbeeld generatieregelingen met elkaar af te spreken.”Meer versoberingen niet uitgesloten Een aantal partijen – PvdA, GL, CU, SGP en D66 – is voor een verdere verlaging van het maximum salaris waarover fiscaal gefaciliteerd pensioen opgebouwd kan worden. Boven het huidige maximum mag alleen pensioen worden opgebouwd uit het netto salaris, maar in de praktijk blijkt deze optie nauwelijks te worden gebruikt. Vier op de vijf werkgevers compenseren werknemers weliswaar voor het gemis aan fiscaal vriendelijke pensioenopbouw boven een salaris van 103.317 euro, maar slechts twee op de vijf werkgevers faciliteert een netto regeling. En als er al een netto regeling is, dan wordt deze maar zelden gebruikt door medewerkers.Met de huidige salarisgrens van 103.317 euro komen ongeveer 150.000 werknemers boven de grens met hun salaris. Mocht die salarisgrens naar beneden gaan, dan zal een groter gedeelte van de beroepsbevolking door de grens geraakt worden. “Ook hier draait alles om inzicht in iemands individuele pensioensituatie en keuzemogelijkheden,” zegt Driessen. “Met dit inzicht kunnen deelnemers zelf op tijd de juiste maatregelen treffen.”Het netto pensioen ligt momenteel onder vuur. Volgens de pensioenfederatie kunnen deelnemers met een netto pensioen 25% tot 30% van hun inleg kwijtraken als ze hun gespaarde bedrag bij pensionering omzetten in een vaste uitkering bij een pensioenfonds. Hierover zijn inmiddels Kamervragen gesteld.

  • Visa opent innovatie centrum in Londen

     

    Visa kondigde vandaag de opening aan van het Visa Innovation Center London. Het centrum in het Europese hoofdkantoor van Visa in Paddington Basin heeft een oppervlakte van ruim 1000 m² en is daarmee het grootste Innovation Center in het wereldwijde netwerk van het bedrijf. In deze inspirerende omgeving kan Visa met financiële instellingen, handelaars en andere partners samenwerken aan de volgende generatie betaaloplossingen. In het Center worden praktische demonstraties gegeven om de interesse van bezoekers te prikkelen en hen warm te maken voor tal van innovaties. Ze kunnen er onder meer kennismaken met IoT-toepassingen voor connected cars en connected woningen, bijvoorbeeld applicaties om de autoverzekering te betalen of via de koelkast bestellingen te plaatsen bij de supermarkt. Er wordt ook aandacht besteed aan retailoplossingen van de toekomst. Zo ondervinden bezoekers hoe virtual reality kan worden gebruikt om de ideale zitplaats te kiezen voor een formule E-wedstrijd, en hoe toegangskaarten kunnen worden betaald via biometrische authenticatie. Daarnaast maakte Visa vandaag bekend dat fintechbedrijven in Europa gebruik kunnen maken van het Visa Developer Platform om nieuwe, veilige betaalmethoden uit te werken. Ontwikkelaars in dienst bij financiële instellingen, handelaars, technologiebedrijven en start-ups kunnen een basispakket met API’s (Application Program Interfaces) voor Visa-betalingen, SDK’s (Software Development Kits) en documentatie benutten om de volgende generatie applicaties voor de handel te creëren. Daniel van Delft, Country Manager Nederland van Visa: “Met dit Innovation Center zetten we een nieuwe stap op weg naar innovatieve betaaltoepassingen in een wereld die steeds meer connected wordt. De focus binnen het Innovation center ligt op de business uitdagingen waar klanten en partners voor staan. Visa heeft als doel dat nieuwe, innovatieve betaalmethoden die consumenten voordelen bieden, veilig, gemakkelijk en voor iedereen toegankelijk worden.” Visa Innovation Center LondonMet het nieuwe centrum in Londen wordt het mondiale netwerk van innovatiecentra en studio’s in technologiehotspots, zoals Berlijn, Dubai, Miami, San Francisco, Singapore, São Paulo en Tel Aviv, verder uitgebreid.“In onze innovatiecentra gaan we op een unieke manier te werk. Centraal staat de samenwerking met klanten om via digitale oplossingen concrete pijnpunten van consumenten te verhelpen, of problemen op te lossen waar de bedrijfswereld mee kampt”, aldus Jim McCarthy, Executive Vice President for Innovation and Strategic Partnerships bij Visa. “In onze centra elders ter wereld zijn we daar zeer goed in geslaagd, en we kijken enorm uit naar de opening van een ultramoderne vestiging in Europa.” In de betaalsector vindt een verschuiving plaats van plastic naar digitaal, en traditionele partijen moeten de markt delen met nieuwe spelers. Visa heeft dan ook één doel: garanderen dat commerciële transacties veilig kunnen worden uitgevoerd via alle geconnecteerde apparaten, toestellen en wearables. Het globale netwerk van de Visa Innovation Centers speelt een belangrijke rol in deze missie. De centra stimuleren innovatie en creëren een omgeving waar Visa evenals partners en klanten uit alle mogelijke sectoren elkaar ontmoeten, ervaringen delen en samenwerken: Ontmoeten: De inspirerende omgeving van het Center biedt klanten en partners alles wat ze nodig hebben om nieuwe digitale oplossingen uit te werken, en dat in een fysieke ruimte die speciaal is ontworpen om dynamische interactie, realtime-ervaringen en snelle prototypering te stimuleren. Ervaren: Visa hecht veel belang aan een ruimte waar de mens centraal staat, waar productontwikkeling klantgericht is, en die gebruikers concrete voordelen biedt. Samenwerken: Klanten en partners kunnen in contact komen met Visa-experts inzake betaaldiensten en hebben toegang tot Visa-technologie, zoals de API’s en SDK’s van het Visa Developer Platform.

  • Woningprijsindex 4e kwartaal 2016

     

    In het vierde kwartaal van 2016 blijft de woningwaarde doorstijgen (6,3%) naar een gemiddelde van 262 duizend euro. Het afgelopen jaar namen woningen in de prijsklasse 250 tot 350 duizend euro het meest in waarde toe met 6,9%, gevolgd door de prijsklasse vanaf 500 duizend euro met 6,7%. Appartementen werden het afgelopen jaar 9,4% meer waard en eengezinswoningen stegen 5,5% in waarde. Op gemeenteniveau nam de gemiddelde woningwaarde het sterkst toe in Utrecht (12,0%), gevolgd door de gemeente Rotterdam (11,8%). De voorspelling voor Q1 2017 komt uit op 7,1% op jaarbasis. Het aantal woningverkopen op jaarbasis is opnieuw toegenomen (20,5%) en passeert de piek van 2006. De marktliquiditeit heeft een factor 0,7 bereikt. Evenals vorig kwartaal worden op jaarbasis meer woningen verkocht dan er worden aangeboden. In de Randstad is deze factor gedaald naar 0,5. De woningprijzen in grote steden stijgen sneller dan in de rest van Nederland. Dat blijkt uit onderzoek van Calcasa aan de hand van een nieuwe index voor de grote steden: de Calcasa WOX Top 15 Steden Index. De snelle groei wordt met name veroorzaakt door de steden binnen de Randstad. Amsterdam is nog steeds koploper, maar ook de Rotterdamse woningmarkt begint nu op gang te komen. Appartementen in Rotterdam stijgen momenteel met 12,4% het hardst van heel Nederland. De Calcasa WOX Top 15 Steden Index geeft de gemiddelde woningwaarde weer voor de vijftien grootste steden van Nederland. Deze zijn geselecteerd op basis van het aantal koopwoningen. De index toont aan dat vooral de laatste drie jaar de waarde van alle koopwoningen in de top 15 sneller is gestegen dan in de rest van Nederland. In deze periode namen eengezinswoningen in de grote steden met 17,7% in waarde toe en appartementen zelfs met 24,8%.

  • Hypotheek aan de keukentafel

     

    Hypotheekprofessionals: Geef ons een sneller paard!  Ging het de afgelopen jaren veelal over risico’s, sinds het officiële einde van de crisis, zoals aangekondigd door minister Dijsselbloem (Financiën), bespreken professionals uit de financiële sector graag weer kansen. Die kansen liggen voor een belangrijk deel op digitaal terrein, want het speelveld is sinds 2008 ingrijpend veranderd. Mobiele technologie bracht online dienstverlening in een stroomversnelling en startups schudden de boel op. “We kijken weer vooruit”, opent gespreksleider Wim Assink, managing director van Banking Review, het discussiediner in restaurant De Nonnerie in Maarssen. “Digitale oplossingen voor met name de voorzijde van het klantproces staan in de schijnwerpers.” De frontoffice komt in het jaarlijks onderzoek naar online samenwerking van softwarebedrijf Hyarchis uitgebreid aan bod...

  • Lees meer